‘Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid…’, zegt de Grondwet (Artikel 23, lid 2). Er lijkt in de praktijk een zeker spanningsveld te bestaan tussen die vrijheid en het toezicht dat door de Inspectie van het Onderwijs moet worden gehouden. Maar is dat ook zo?

Sinds 2017 werkt de inspectie met een nieuw, ruimer toezichtskader. Schoolbesturen krijgen bijvoorbeeld meer ruimte om de eigen ambitie te verwezenlijken. In het toezicht wordt onderscheid gemaakt tussen basiskwaliteit (onderwijsresultaten, onderwijsproces, kwaliteitszorg, schoolklimaat en het financiële beheer) en de ambities van scholen en besturen. Het ‘brede, eigen verhaal’ van scholen gaat daarmee een grotere rol spelen in de beoordeling van de onderwijskwaliteit (Onderwijsraad, 2016). 

Hebben scholen inderdaad zoveel ruimte?

Onder andere adviezen van de Onderwijsraad brachten draagvlak voor een modernere uitvoering van de wettekst wat betreft vrijheid en kwaliteit van het onderwijs. Albert Roele, woordvoerder voor het voortgezet onderwijs van de inspectie zegt het zo: ‘Wij kijken of de kerndoelen gehaald worden en of het aantal uren klopt, en verder niet. Het maakt ons niet hoe het gedaan wordt; over de inhoud en invulling gaan we niet, daar zeggen we ook niets over. Dat is aan de school.’

 

“Met het vernieuwde toezichtskader is de situatie voor experimentele scholen erg verbeterd”

 

In Roermond staat de vernieuwingsschool Agora. De school biedt sinds 2014 gepersonaliseerd leren aan, of, zoals men zelf zegt: zeer persoonlijk leren. Leerlingen hebben geen traditioneel lesrooster en geen traditionele vakken. Ze formuleren hun eigen leerdoelen en vervolgens stellen ze een plan op om die te bereiken. Dat krijgt de vorm van een challenge. Dat kan bijvoorbeeld een challenge zijn waarbij de leerling een theatervoorstelling moet maken. Een coach helpt daar vorm en inhoud aan te geven, lastige of minder leuke dingen worden niet geschuwd. Die eigen challenges werken motiverend. Directielid Sjef Drummen vertelt dat de inspectie het onderwijsconcept erg terughoudend benaderde. De school werd het eerste jaar zelfs onder verscherpt toezicht gesteld

Tevreden

Rob Martens, verbonden aan het Welten-instituut van de Open Universiteit bevestigt dat met het vernieuwde toezichtskader de situatie voor experimentele scholen erg verbeterd is. Agora werkt samen met de Open Universiteit. Sjef Drummen: ‘Een wetenschappelijke onderbouwing is belangrijk, zodat de inspectie ook snapt waarom je het zo doet.’ Nu, vier jaar later, hebben de eerste leerlingen examen gedaan. Het slagingspercentage was 100%. De school krijgt veel belangstelling uit het hele land. Dagblad Trouw schreef in april 2018: ‘Het onderwijs van Agora kost geen cent extra en de Onderwijsinspectie is tevreden’.

Meer Informatie