Zo gauw je met een koffer loopt, begin je al uit jezelf weg te schuiven. Daar ga je, je wereld aan de hand, het huis wijkt, je hoort al niet meer bij je straat…  (A.L. Boom, alias Kees Fens). 

In 2017 gingen 14 miljoen Nederlanders op vakantie, ruim tachtig procent van alle (16,8 miljoen) inwoners van ons land in dat jaar. Ze spendeerden er samen 20,7 miljard euro aan, zon 1.225 euro per persoon. Samen ging men bijna 40,4 miljoen keer op vakantie, waarvan 18,4 miljoen keer in Nederland en 22,0 miljoen in het buitenland. In de zomerperiode gaan de meeste Nederlanders één of meer keren op vakantie en in 2017 deden ongeveer 12,7 miljoen Nederlanders dat (CBS, 2018). 

Vakantie in Nederland is heilig, volgens het Eindrapport Innovatiever omgaan met verlofdagen (SMO, 2006). De auteurs van het rapport gaan zelfs zover te zeggen dat er onder die van verlof of vakantie genietende werkenden weinig lijken te beseffen dat je de dagen die je niet werkt ook zou kunnen gebruiken voor professionaliseringsactiviteiten. Merkwaardig, omdat het CBS-rapport toch iets heel anders laat zien. Er moet zich in die tussenliggende twaalf jaar een complete ontheiliging hebben voorgedaan, want een vakantie is tegenwoordig veel meer dan alleen maar zonnebaden en luieren, er wordt wel degelijk gewerkt.

Arbeidsethos 

Werken tijdens de vakantie, menigeen raadt het af. Vakantie is immers bedoeld om te ontspannen. Uit de cijfers over 2017 blijkt echter dat 56 procent van de vakantievierders op de één of andere manier met werk bezig was. Een op de drie vakantiegangers was in gedachten bij het werk, meer dan één op de vijf checkte zijn telefoon of e-mail en bijna een kwart verrichtte (zelfs) reguliere werkzaamheden. Kortom: een flink percentage tart het adagium dat vakantie is om uit te rusten, het verstand op nul te zetten om helemaal bij te komen van het werk. Waarom werken al die mensen in hun vrije tijd? 

Waar de een al de zenuwen krijgt bij één enkele gedachte aan werk, geeft dat anderen juist rust omdat ze dan het gevoel hebben dat ze dingen nog goed of op tijd af kunnen handelen, of dat ze bij terugkomst werkzaamheden anders of beter zullen doen. 

Sneeuwstorm van Eva Burgers is voor mij een lekker boek tussendoor. Ik zie meteen wat koppies voor me die ik met dit boek een succesvolle leeservaring kan geven. Ik lach en geniet en denk aan school. Eerder was deze combinatie even niet meer mogelijk. Nu is er weer ruimte om de snapchats van mijn leerlingen te bekijken. Tevreden glimlachend laat ik me achterovervallen en sla de bladzijde om. (Caroline Wisse, docent Nederlands)


Al in de stemming voor de zomervakantie? Bereid je alvast voor op volgend schooljaar en bestel een hagelnieuwe docentenagenda.’

Misschien komt het omdat veel mensen op vakantie last hebben van het arbeidsethos, kortweg gezegd: het gevoel hebben ook dan nuttig bezig te moeten zijn. Het arbeidsethos is in ons land gemiddeld genomen redelijk sterk, blijkt uit onderzoek van Judit Arends en Linda Moonen (CBS, 2015). Dat onderzoek laat ook zien dat werknemers die (veel) plezier beleven aan hun werk een hoger arbeidsethos hebben dan werknemers die daar minder of geen plezier in hebben.

De afgelopen jaren heb ik me ook in alle vakanties met veel plezier verantwoordelijk gevoeld voor de studievoortgang en resultaten van de mhv-leerlingen. Vakantierituelen bestonden (naast vakantie natuurlijk; ik wil het niet groter maken dan het is) uit overleg met de directeur (die ook altijd werkt in haar vakantie), onderzoeken welke mogelijkheden de individuele leerling heeft en vervolgens creatieve oplossingen verzinnen om die leerling zo goed mogelijk voorbereid toetsweken of (her)examens in te laten gaan. En vanzelfsprekend ook het raadplegen van vakliteratuur, juist dan, in de relatieve rust van de vakantie. (Maarten Hamel, adjunct directeur)

Ontwikkeling en serendipiteit

Vakliteratuur raadplegen, denken aan oplossingen voor leerlingen die minder makkelijk meekomen, nieuwe aanpakken verzinnen: in hoeverre dragen de bezigheden die een docent tijdens zijn vakantie onderneemt – die met werk te maken hebben – bij aan zijn kennisvergroting en verbetering van zijn onderwijspraktijk?

Leraren vinden hun professionele ontwikkeling belangrijk, maar doen dat vooral in hun vrije tijd, zo blijkt uit De Staat van de Leraar 2016. Maar liefst tweederde van de professionaliseringactiviteiten die zij ondernemen, vindt niet onder werktijd plaats. Uit de enquête van de Onderwijscoöperatie onder 754 Leraren uit het po, vo, mbo komt naar voren dat de leerbereidheid onder leraren groot is, dat zij zich graag vakinhoudelijk verdiepen, experimenteren met nieuwe werkvormen, aan hun didactische vaardigheden werken en investeren in hun persoonlijke ontwikkeling. En daarbij speelt serendipiteit ook een belangrijke rol: het vinden van iets terwijl je eigenlijk op zoek was naar iets anders, een vorm van impliciet leren.

Uit de hoeveelheid artikelen die de laatste tijd over het onderwijs verschenen, blijkt dat het arbeidsethos onder docenten groot is (onder andere Trouw, 8 maart 2019). Docenten zullen niet snel klagen, op grond van intrinsiek plezier in hun werk, uit arbeidsethos of uit verantwoordelijkheidsgevoel voor hun leerlingen.

 

Ik werk niet als kunsteducator, ik bén kunsteducator. Op vakantie verlies ik dit deel van mijn persoonlijkheid niet. Vorige week zag ik werkjes van Invader in Londen: kleine mozaïeken van pixellige game poppetjes uit het arcadespel Space Invaders. Meteen neem ik fotos om te bespreken in de les. We zijn deze periode met street art bezig. Continu staat mijn radar aan: stickers op lantaarnpalen, filmpjes op youtube, visuals tijdens concerten. Het gaat zelfs zo ver dat ik soms niet eens een kunstwerk voor mezelf bezoek, maar puur om het aan mijn vriend, zusje of mijn leerlingen te laten zien. Kunstbeleving is voor mij vaak pas echt waardevol als ik die heb kunnen delen. (Floor Roos, docent beeldende kunst en vormgeving).  

 

Een vakantie doet een mens goed omdat hij zijn dag dan zelf onder controle heeft 

 

Beetje werken is best goed

Als mijn echtgenote een ogenschijnlijk doelloos voor zich uitstarende man op een stoel aantrof, was het weer duidelijk. Weliswaar fysiek aanwezig maar aan het werk. Niet in vakantiestand. (Maarten Hamel, adjunct directeur)

‘Mentaal afstand nemen van je werk verbetert het gevoel van gezondheid en tevredenheid’, zegt Jessica de Bloom. ‘Maar werken (tijdens een vakantie) is niet per definitie slecht. Vakantie doet een mens goed omdat hij zijn dag dan zelf onder controle heeft. Zelf bepalen wat je doet en wanneer, heeft een positieve invloed op je welzijn. Of werken wel of niet stress veroorzaakt, hangt hiermee samen. Als iemand bewust kiest om te werken, door bijvoorbeeld elke ochtend een half uurtje de werkmail te checken, is dat niet slecht.’ (Journal of Happiness Studies, 2013, pp 613–633).

De Bloom deed tussen 2007 en 2011 samen met een groep arbeids- en organisatiepsychologen van de Radboud Universiteit Nijmegen onderzoek naar het effect van vakantie op het welbevinden en de gezondheid van werkenden. Uit die onderzoeken kwam een tegenstrijdigheid naar voren. De onderzoekers zagen dat degenen die goed afstand van hun werk kunnen nemen zich beter voelen dan mensen die dat niet zo goed kunnen. Tegelijkertijd zagen ze dat 20 tot 25 procent van de onderzochte groep mensen wel werkt op vakantie, meestal een half uur tot een uur per dag. Toch bleek dat dit werken niet van invloed was op hun welbevinden.  De onderzoekers concludeerden dat dat kwam omdat deze mensen niet moeten werken, maar het vrijwillig doen. Wanneer, hoe lang of welke werkzaamheden vullen ze zelf in. De keuze om te werken is dus in alle vrijheid gemaakt.

Ik voel me bevoorrecht dat ik een beroep heb gevonden waarin ik de grenzen van werktijden minder ervaar. Onder de douche, op het strand, wandelend in London; de beste lesideeën komen bij mij binnen op momenten buiten officiële werktijden. Wanneer er ruimte is voor mijn creatieve ontwerpproces of wanneer ik geïnspireerd raak door andere ontwerpers. (Floor Roos, docent beeldende kunst en vormgeving) 

Autonomie als toegevoegde waarde

Vakantie maakt het mogelijk een paar elementaire behoeftes te vervullen die er in het dagelijkse leven vaak bij inschieten. Het gevoel van autonomie, van vrijheid en zelf keuzes kunnen maken is er één van. Waar spontane leerprocessen ontstaan en de uitkomsten daarvan nog niet zo vaststaan. Dat werkt positief op ons functioneren en ons welzijn. Nu zijn de mogelijkheden om in de dagelijkse schoolpraktijk spontaan en vanzelf te leren vaak niet zo groot. Voorbereiding van lessen, begeleiding, toetsen, mentorgesprekken, opdrachten of richtlijnen van de schoolleiding: het zijn dingen waar je vaak niet onderuit komt als docent. Maar vakantie is een situatie waar die sterke behoefte om je leven te bepalen eindelijk tot haar recht komt. Uitslapen of vroeg op, even een lesidee noteren of een collega appen, naar een museum of een boek lezen, door stille dorpjes lopen of lawaaiige metropolen vol kunstschatten bezoeken, workshops volgen bij Buitenkunst of op je eentje fotograferend de hei op. Alleen al het gevoel dat je keuzes hebt, werkt heilzaam.

De zon draait met de aarde mee
Het warme zand, een wilde zee
Ik lees, ik loop, ik laat 
Er is geen wat, waarom en hoe
Een klank, een toon
dichtbij, mn eigen phone.
Met Sterre, ons decorplan, het is klaar
De stijl is nogal een film noir 
We zoeken wel een stapelbed 
Kan dat binnen het Tsjechov budget? 
Wacht even, stil, ik mail u wel 
Sorry dat ik u nu bel.
Maar ja, straks staat het er niet meer
Mag het dus, voor deze keer?
De palmengroep die wuift en waait
Mn regeldrift is opgelaaid.
Ik klim de trap op van mijn hut
Ik ben nodig, ben van nut. (Marja Boidin, docent theater)