Mijn slechtste les

Blog / Pieter Baay / 16-12-2025

Docenten zijn de ergste studenten, ervaart Pieter Baay tijdens zijn les op een studiedag. Precies dat waar ze over klagen bij hun leerlingen, doen ze zelf ook. En daar leert Pieter als docent zélf dan weer van.

“OKÉ. EN NU IS HET STIL. IK WIL DAT IEDEREEN NÚ EEN VRAAG OPSCHRIJFT.” Ik schreeuw naar de docentengroep voor mij. Van hun eerdere kakofonie aan geluid is niks meer over, op één giechelende docent na. Zij denkt dat ik een rol speel, maar twijfelt direct als ze mijn strakke gezicht ziet. “Oh. Oh, sorry.” Ze krimpt ineen en kruipt in haar pen. Oef. Mijn ene doel lijkt bereid – iedereen werkt aan een vraag – maar het andere doel lijkt verloren: relatie. Eén docent verlaat zelfs het lokaal en zegt later dat ik over haar grens ben gegaan. Ik voel meteen: dit kan weleens mijn slechtste les ooit worden…

“Docenten zijn de ergste studenten.” Dat verzucht een docent als we een uur onderweg zijn in een studiedag voor mbo-docenten. Hij ergert zich zichtbaar aan zijn collega’s, maar lijkt ook gelaten. Samen met het management hebben we een programma bedacht voor het leren kennen van elkaars kwaliteiten. Mooie werkvormen, live muziek, spoken word; we halen van alles uit de kast. Maar de groep loopt over van energie, ziet elke adempauze als aanleiding voor gepraat en komt er niet ‘in’.

Na de plenaire ochtend werk ik ’s middags met twee docententeams in een lokaal. We beginnen met een van mijn favoriete werkvormen: Werk in Opvoering. “Ik hoop dat jullie lekker hebben geluncht en neem jullie graag mee in de volgende stap. We gaan het niet hebben over jullie kwaliteiten, maar werken samen aan jullie praktijkvragen en gebruiken zo elkaars kwaliteiten. Hebben jullie nog iets nodig om te kunnen starten? Willen jullie nog iets zeggen of doen?” “Let’s go!” zegt een docent namens haar groepje. En ook in de andere groepjes klinkt een go.

Toch gebeurt hetzelfde als in de ochtend. Tijdens de uitleg wordt doorlopend gefluisterd, bij het uitdelen van papier gaat ieders volume omhoog en na de ‘opdracht’ (ik spreek inmiddels niet meer van ‘uitnodiging’) om allemaal een vraag op papier te zetten, lijkt het net alsof ik in de kroeg sta. Wat een geluid! Na een paar voorzichtige pogingen verlies ik mijn geduld en zie ik nog één uitweg: mijn stem verheffen. EN NU IS HET STIL.

Nadat de groep een half uur zeer braaf volgens de instructie heeft gewerkt – zo effectief was het dan weer wel – vraag ik de vertrokken docent terug voor een groepsgesprek over mijn schreeuwende interventie. Zij komt aan het woord en ook anderen spreken zich uit. De schrik zat erin, sommigen blokkeerden, er wordt gesproken over onveiligheid. Ik bied mijn excuses aan dat ik heb bijgedragen aan een onveilige sfeer en bespreek hoe mijn humeur door de dag bij mij werd opgebouwd. Het voelt fijn en spannend om het samen te bespreken.

Twee patronen puzzelen me vanaf dat moment. Ten eerste komen de docenten in een student-rol waar zij zelf geregeld over klagen. “We willen gewoon tijd om te kletsen.” “De manager wil dat de subteams samenkomen, maar dan ga ik me echt niet uitspreken hoor!” “Hoe laat begint nou de borrel?” Het is het type reacties waarover ze klagen als hun studenten ze uitspreken, maar die parallel zien ze nauwelijks. Nota bene in het onderwijs blijkt samen leren en reflecteren hartstikke lastig.

Een tweede patroon zie ik bij mij als docent. Hoe harder ik ga werken, hoe verder we afdrijven van een goede les. En dus krijg ik allemaal wijze adviezen in het nagesprek. “Heb je wel gecheckt of wij ons niet juist goed met de opdracht bezig hielden?” “Waarom heb je niet aangegeven waar je mee zat, zodat we het samen konden oplossen?” Ik was zo druk met mijn bedachte leerdoel, dat ik niet zag welke uitkomsten er wél waren. En ik had me zó verantwoordelijk gevoeld voor de kwaliteit, dat ik was vergeten dat we die samen maken. En dat is eigenlijk wel een goede les…

Pieter Baay is praktijkinnovator in het mbo en beweegt graag tussen reflectie en actie. Hij richt zijn sociologische blik op de maatschappelijke kant van het mbo, met speciale interesse voor pedagogische vragen. Samen met kunstenaars en onderzoekers van netwerkorganisatie Onderwijs124 versterkt hij pedagogische praktijkinnovatie in het mbo. Pieter is ook werkzaam voor het Consortium voor Innovatie (CVI).

Kunst als het (niet-)sprekende midden

Blog / Pieter Baay / 02-10-2025

Ik zie in de wereld vooral nog tegenpolen. Schreeuwers, schoppers en vernielers aan de ene kant; stilte, onmacht en verdriet aan de andere kant. De ruzies tussen mijn vierjarige en tweejarige zoon zie ik uitvergroot op tv terug. Het beschuldigen van de ander (“hij begon”), het ontkennen van eigen aandeel (“ik heb dat niet gedaan”) en vooral: er zo snel mogelijk van weg bewegen.

In ons boek Leraar zijn: kunstzinnig en ambachtelijk schrijven de auteurs: “Als onmacht niet als gegeven kan worden ingesloten, dan komt ze als ‘schuld’ op iemands rekening. Op die van de tegenpool, ‘het systeem’ of de vreemdeling, of op de eigen schouders als gevoelens van schuld, falen en onvermogen.” Dit zie ik dagelijks gebeuren – bij de gevoelde machteloosheid rond migratie, klimaat en oorlog. Maar ook bij mijn kinderen, die het samen-spelen soms nog onmachtig zijn. 

Vaak leidt het tot uitingen van woede en verdriet. Primaire reacties, die we soms willen beteugelen. Zo leren we kinderen om niet te slaan, maar met ‘STOP – HOU OP’ hun grens aan te geven. Ook volwassenen moeten op zoek naar iets constructievers dan uitspraken als “MINDER MINDER MINDER”. Bijvoorbeeld door even te vertragen en te begrijpen wat het achterliggende probleem is. Wie begon, wat is er écht gebeurd en hoe zijn actie en reactie gegroeid? In ‘the heat of the moment’ blijkt dat lastig.

Een enkele keer is er compassie: “Ben je OK?” Dan blijven mensen bij elkaar, bij de problematiek. Zij lezen de namen voor van slachtoffers, als erkenning. Ze maken er iets van. Kunst. “In de kunst is het mogelijk om de realiteit er te laten zijn zonder zwaarte of schuld”, staat in hetzelfde boek Leraar zijn: kunstzinnig en ambachtelijk

In een samenleving waar maakbaarheid hoogtij viert, is het aantrekkelijk om te denken in oplossingen. Inmiddels wordt steeds duidelijker dat we geen quick fixes hoeven te verwachten voor de complexe vragen van deze tijd. Meer dan oplossingen zijn we gebaat bij manieren om het samen uit te houden in het ongemak en de onmacht. Niet door te ontkennen, te beschuldigen of te marginaliseren, maar door open te blijven.

‘Hey jij daar, kijk eens hier!’ is de potentiële werking van kunst. In gepolariseerde gesprekken kan kunst een midden bieden, waar mensen elkaar opnieuw kunnen ontmoeten. Dat dat niet makkelijk is, toont een laatste quote uit het boek Leraar zijn. Hierin wordt aangehaald waarom Sigmund Freud het leraarschap als een onmogelijk beroep omschreef: “de leraar [en kunst] is er niet op uit om de leerling onder de duim te krijgen, maar juist om de leerling diens volwassen zelfstandigheid te bevorderen, te ondersteunen en mogelijk te maken.”

Ik spreek graag de wens uit dat wij kunst en kunstzinnigheid blijven stimuleren om middenruimte te maken. Ruimte waarin we de wereld, elkaar en onszelf kunnen blijven ontmoeten, in voor- en tegenspoed.

Het boek ‘Leraar zijn: kunstzinnig en ambachtelijk’ verschijnt op 3 oktober 2025 en is geschreven door Pieter Baay, Gert Biesta, Patrick van der Bogt, Hanke Drop, Saar Frieling en Bart van Rosmalen. Te bestellen via: telos.vrijeboeken.com

Pieter Baay is onderzoekscoördinator van het Practoraat Brede Vorming (Firda) en beweegt graag tussen wetenschap en praktijk. Hij richt zijn sociologische blik op de maatschappelijke en vormende kant van het mbo, met speciale interesse voor burgerschapsonderwijs. Samen met kunstenaars en onderzoekers van netwerkorganisatie Onderwijs124 versterkt hij innovatieprocessen in het mbo.

Minachten is makkelijker dan waarderen, maar gelukkig kan kunst nieuwsgierigheid stimuleren

Blog / Pieter Baay / 26-06-2025

Pieter Baay ziet steeds meer minachting en argwaan, of hij nu naar politici luistert of nieuwe groenten voor zijn kinderen staat te koken. “Hé bah, dat wil ik niet”, nog voor zij de rode kool hebben geproefd, of een nieuwkomer ontmoet hebben. Hoe kan kunsteducatie deze argwaan tegengaan?

Daar sta ik dan, met mijn goede gedrag achter de kookplaat. Tegen de orders van mijn kinderen in – “Wij willen schone pasta!” – pruttelt er een sausje vol verse groenten. Al verpak ik het als gezichtje, treintje of stoplicht: “Blegh”. En als de kinderen dan eindelijk op bed liggen – na één hapje saus en meer meer meer yoghurt – zie ik op tv in de Tweede Kamer nog meer kleuters. Vleesvervangers? Groene energie? Nieuwkomers? “Bleeeegh!”

De verklaringen voor onze neiging tot minachten liggen voor het oprapen. Vanuit de evolutie zit het al in ons om wantrouwig te zijn richting onbekende dingen. Een nieuw dier of onbekende plek kan potentieel dodelijk zijn. Uit voorzorg kan je dan maar beter voorzichtig en zelfs afhoudend zijn. ‘Neofobie’ wordt het ook wel genoemd: angst voor het nieuwe. Wat de boer niet kent, vreet ie nie.

Tel daar een ‘negativity bias’ bij op: als mensen ergens weinig informatie over hebben, gaan zij vaak uit van het slechtste scenario. We gebruiken zwart-wit denken en het gebruik van stereotypen om in een onzekere situatie snel tot een oordeel te komen. Bijvoorbeeld: nieuwkomers komen voor de uitkering, en studenten laten AI hun huiswerk maken.

Daarbij krijgen diversiteit en verschillen tussen mensen meer aandacht. Sociaal psychologen laten zien hoe mensen zichzelf voortdurend vergelijken met anderen om hun eigen waarde te bepalen. Daarbij zijn zij geneigd om hun eigen groep (in-group) te bevoordelen en andere groepen (out-group) te discrimineren of te minachten. Dit versterkt het gevoel van eigenwaarde en groepscohesie.

Wanneer staan we dan wel open voor ‘de ander’ of ‘het andere’? Als onze psychologische basisbehoeften op orde zijn, zoals veiligheid, gevoel van competentie, autonomie en verbondenheid. Helaas worden we bijna dagelijks geconfronteerd met nieuwsberichten die tonen dat onze wereld niet veilig, vredig en verbonden is. Deze tijd is dus een giftige cocktail voor méér minachting.

Niet voor niks zijn er daarom interventies in opkomst die waardering stimuleren. Zoals waarderend onderzoek (appreciative inquiry), ontwikkelingsgerichte feedback, en zelfs de vraag bij het consultatiebureau: wat vind je leuk om te vertellen over de ontwikkeling van je kind? Allemaal pogingen om onszelf en elkaar te stimuleren om vanuit waardering te kijken.

Gelukkig bestaat er naast neofobie nog iets anders: ‘neofilie’ of nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid kan lonend zijn voor nieuwe voedselbronnen, nieuwe partners of nieuwe kennis. Het kan ons helpen verbinding te maken met onbekende mensen en manieren van denken. Het kan ons helpen verschillen te waarderen. Laten wij, als kunstdocenten, daarom werken aan de voorwaarden om nieuwsgierigheid te laten bestaan. Bij onze jeugd, onze collega’s en liefst ook onze politici.

Kunst doet namelijk het tegenovergestelde van wat minachting doet: het opent, verbindt, verzacht en verdiept. Ook creatieve werkvormen kunnen nieuwsgierigheid en waardering aanboren. Een theatervoorstelling over armoede of migratie die je iets laat voelen wat woorden niet kunnen uitleggen. Een opdracht om te schrijven over moeilijke privémomenten die leerlingen tonen wat ze eerder niet van elkaar zagen. Een kunstwerk waarin status of uiterlijk belachelijk wordt gemaakt, wat leerlingen laat realiseren dat ze eigenlijk ook niet weten waarom ze zich beter voordoen dan anderen.

Waardering vereist empathie, kwetsbaarheid en verbondenheid — iets wat moeilijk is onder druk. Laten we via kleine oefeningen én grote (spel)regels over hoe we met elkaar omgaan waardering laten spreken vóór minachting.

Emoties op school: vijand of vriend?

Blog / Pieter Baay / 17-04-2025

Welke rol spelen emoties in het leren van nieuwe dingen? Zijn het slechte raadgevers, of kan je als docent beter op de emoties van studenten inspelen? Mbo-praktijkonderzoeker Pieter Baay pleit voor onderwijs mét een hart. 

Emoties zijn slechte raadgevers, zo wordt van oudsher gezegd. Lang leve de ratio. Logisch redeneren, kritisch denken en onderzoekend werken. Deze mindset is een warm bad voor mijn wetenschappelijke inborst, maar ook een illusie als we kijken naar het bredere doel van onderwijs. Ik vind de onderwijsdoelen in politiek en onderzoek nogal smal geformuleerd: in voorspelbare, meetbare (kennis)doelen. Maar het prachtige risico van onderwijs is nou net dat elke situatie anders is en dus een vorm van praktische wijsheid vraagt: wat werkt hier en nu? En daarin doet gevoel en intuïtie volop mee!

Het tv-programma Dream School met bokslegende Lucia Rijker en rector Eric van ‘t Zelfde is daarvan een schoolvoorbeeld. Zet een groep pubers bij elkaar die school voortijdig verlieten, daag ze uit in dingen die ze nog niet kunnen, en boem: de emoties komen naar boven. Telkens is er weer een ander die getriggerd wordt: de één door stilte (‘fucking zweverig’), de ander door een vrije opdracht (‘wat wil-ie nou van me?’) en weer een derde door een strenge instructie (‘dat bepaal ik zelf wel!’). 

Sommige docenten focussen graag op kennisoverdracht en vinden die emoties maar ruis. In dat beeld zit een smalle opvatting van ‘kennis’: je wilt iets conceptueels overdragen, dat gedijt bij rust. In het beroepsonderwijs is er ook aandacht voor andere vormen van kennis: sociale, materiële, lichamelijke en handelingskennis. Kennis die voorbij de ratio gaat en vraagt om een mix van begrijpen, voelen, doen, ervaren en reflecteren. 

De docenten van Dream School begrijpen dat. Zij weten dat de triggers op andere lagen raken, die van de persoon en diens systeem. Afhankelijk van iemands verleden, opvoeding en cultuur komt iets wel of niet binnen. Dus als je als docent iets wilt overbrengen, kan je die emoties maar beter aan boord nemen. Alleen dan kan zo’n leerling zich de kennis van een ander eigen maken. Alleen dan krijg je het in diens ‘systeem’. Zij hoeven dus niet per se te leren hun emoties te veranderen, wij als docenten moeten leren hun emoties bij de lessen te betrekken. 

Kunst doet dat ook, het triggeren van ratio én emotie. Het zoekt niet naar eenduidige uitleg, maar naar meerstemmige betekenis. Tijdens een theatervoorstelling giechelen om een seksgrap, ongemakkelijk worden of misschien wel nieuwsgierig – met een groep jongeren gebeurt het allemaal tegelijk. Of het nu gaat om seksuele vorming tijdens de Week van de Lentekriebels in het po, het bezoeken van een theatervoorstelling met je klasgenoten van de middelbare, of het leren van een vak in het mbo/hbo… Kennis landt altijd in een lichaam met eerdere ervaringen, associaties, gevoelens en emoties! 

Dus laat de (kunst en cultuur)educatie onze perspectieven vooral blijven oprekken, en laat het onderwijs dat vooral mét een hart blijven vormgeven. Hoe ‘koud’ het politieke klimaat ook is. 

Klopt jouw bedoeling van onderwijs? Doe de zelftest en ontdek of je meer redeneert vanuit het systeem of het hart. Deze test is ontwikkeld in een mbo-project over Pedagogische Onderwijsrituelen, waarmee Onderwijs124 een pedagogisch geluid wil versterken naast het rendementsdenken in onderwijs.

Vertragen is het nieuwe activisme

Blog / Pieter Baay / 06-02-2025

Kunst biedt de mogelijkheid om te vertragen. En dat is hard nodig in de huidige maatschappij waarin alles om efficiëntie draait. In deze blog legt mbo-praktijkonderzoeker Pieter Baay uit waarom vertragen zo belangrijk is.

“Vertraging betekent tijdverlies, we kunnen niet meer wachten zonder ons op te winden.” Zo duidt Bas Heijne onze samenleving in zijn essay in de NRC. En inderdaad, efficiëntie lijkt onze belangrijkste graadmeter geworden. Wanneer ik een groepje onderwijsprofessionals op een Future Day Sport & Bewegen via een ritueel laat nadenken over hun toekomstagenda, is de feedback: “Dat was wel een duur uurtje, had dat niet efficiënter gekund?” En wanneer ik onderwijsprofessionals via een theatrale dialoog begeleid bij hun rol in persoonsvorming, is de reactie van sommigen: “Wat levert dit nou concreet op?”

Maar als we – onszelf of de wereld – willen veranderen, vraagt dat om vertraging. Hoe ongemakkelijk ik de bijkomende weerstand ook vind, ergens is dat precies ‘de bedoeling’. Er zijn talloze uitspraken die dat mooi illustreren:
•  Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg
•  De oplossing is het probleem niet
•  Alleen ga je sneller, samen kom je verder
•  Als alles is gezegd, moet de ware betekenis nog arriveren
•  We weten meer dan we denken

Met Onderwijs124 stimuleren wij praktijkinnovatie in het mbo door de kracht van onderzoek en kunst te combineren. Vertraging introduceren wij binnen deze multidisciplinaire netwerkorganisatie in vele vormen, zoals via een brongesprek, contemplatieve dialoog of maakopdracht. Want hoewel kunst veranderkracht heeft, biedt het maar zelden de gewenste pasklare antwoorden. Hoe weerstaan we dat verlangen tot efficiëntie en staan we open voor wat er op ons afkomt?

Ik hoor mezelf drie typen argumenten gebruiken waarom vertragen tóch een goed idee is. Ten eerste het doelmatige argument: “Ik vertraag nu om straks te versnellen.” Aha, er is dus tóch tijdswinst te behalen, gelukkig maar. Ook het argument “Wicked problems vragen om multidisciplinaire samenwerking” wijst op de effectiviteit van initiële vertraging. Vertragen omdat het goed is.

Ten tweede een ethisch argument: “Ik maak ruimte voor het goede gesprek, omdat dat nog maar weinig plaatsvindt.” We vertragen om te verbinden. Zo stimuleren we publieke waarden en het weefsel van de samenleving. Dat vinden wij belangrijk (en ja, dat stimuleert cohesie en vermindert op termijn criminaliteit dus het is ook effectief). Vertragen omdat het goed doet.

Ten derde een gevoelsmatig argument: “Ik put uit de kunst als inspiratiebron.” Ik vind het fijn om een externe impuls te krijgen of om dieper adem te halen. Ik geniet meer van een zelfgebakken appeltaart dan die uit de Bonus. In de drukte van ons werk en leven, hebben we aandacht voor ons eigen engagement. Vertragen omdat het goed voelt.

In steeds meer processen wordt de mens ‘eruit georganiseerd’. ChatGPT is lekker snel en Netflix vertelt ons onze voorkeuren, maar AI wordt niet voor niks ook wel ‘Afnemende Intelligentie’ genoemd door neuropsycholoog Erik Scherder. De zelfscankassa bespaart tijd en geld, maar ‘kost’ ons ook andere waarden, zoals geduld en menselijk contact. In een maatschappij die gevormd is rond efficiëntie en individualisering, staan betekenis-geven en samen-leven onder druk.

Vertraging is daarom een activistisch middel geworden. En kunst heeft de mogelijkheid om een vorm te vinden voor dat activisme. Vormen waarin je die effecten van betekenisgeving, samenzijn en handelingsperspectief kunt ervaren. Én waarin we extra durven te vertragen bij opkomende weerstand!

Raak geïnspireerd en doe op 4 juni met kunstenaars, docenten en andere professionals mee tijdens Musework Live, met als thema ‘muzisch activisme’.

Magisch, niet mechanisch

Blog / Pieter Baay / 23-11-2024

We vliegen in volle vaart de tradities langs. Via wiebelende lampionnetjes en het Sinterklaasjournaal staat de kerstvakantie zó voor de deur. Ho ho ho! November is een drukke maand in het onderwijs en ik doorkruis het hele land voor schoolbezoeken en trainingen. Veel tijd om stil te staan en na te denken heb ik niet, laat staan aandacht. Niks geen ho ho ho.
En dat terwijl er steeds méér te vieren lijkt en overal uitbundige, kant-en-klare versiering voor is. Oorbellen voor Halloween, spuitsneeuw op de ramen, er is zelfs een speciale feestdag om méér spullen te kopen: Black Friday. Paradoxaal genoeg voelt deze overvloed armoedig. De slingers en ballonnen hangen, maar de ziel ontbreekt in het moment.
Ook het onderwijs staat bol van traditie. Het programma zit overvol, we onderwijzen wat meetbaar en maakbaar is en leunen daarbij op kant-en-klare onderwijsproducten. In een tijd van on demand flitsbezorgers is het misschien ook niet zo gek dat het onderwijs steeds meer lijkt op de McDrive. Kortom: we organiseren het onderwijs wel, maar lukt het nog om de achterliggende intentie te manifesteren?

Hoe krijgen we weer momenten van bezieling in deze ‘veel, vluchtig en nu meteen’-wereld? Ik denk dat het loont als we verlepte onderwijstradities eens tegen het licht houden. Welke zijn het waard om nieuw leven in blazen en welke nieuwe rituelen kunnen we daarbij ontwerpen? Hoe gaan we bijvoorbeeld om met de dagopening of met de eerste keer dat studenten op stage gaan?
Pedagogische onderwijsrituelen voeden de gewoontes die in een traditie verscholen liggen. Een traditie kan verworden tot een mechanische en zielloze herhaling ‘omdat we het nou eenmaal zo doen’, zoals de high five in de deuropening. Maar een nieuw ritueel kan de magie van aandacht in het moment terugbrengen. Misschien zijn er wel drie soorten high fives. Misschien is er een klein podium om de meegebrachte stage-ervaring te markeren. Rituelen zijn niet zomaar routines; ze hebben een diepere symbolische betekenis en creëren momenten van bezinning en verbinding.

Voor het ontwikkelen van dit soort pedagogische rituelen kunnen we leentjebuur spelen bij de kunst. Van de docent vraagt dit kunstenaarschap zoals dat ook in het theater te vinden is: er is een script, een tijd, een plaats van opvoering. Maar in het moment ontstaat ‘het’ tussen de acteurs en het publiek. Ho-ho-hopelijk krijgen we zo weer extra zin (en betekenis) in de wintermaanden!

Met dank aan de inspirerende werksessies rond de Ontwerptool voor Pedagogische Onderwijsrituelen met Sanne van der Hulst, Tineke Ernst en Stéphanie Reijntjens.

Entertainen en engageren

Blog / Pieter Baay / 12-09-2025

Zomervakantie: ik kijk een serie en hup, ik zit alweer in de volgende. Ik lees een boek en voor ik ’t weet, is-ie uit. Ik bezoek een kathedraal en . . . sta weer buiten. We zijn voor eventjes geëntertaind, maar we laten ons niet zomaar engageren – daarvoor moet je van goede huize komen! Dat zien we in de kunst net zoals in het onderwijs.

‘Je kunt alleen iets nieuws maken als je het oude levend houdt, niet alleen maar bewaart’, zo schrijft Bas Heijne in De Wijde Wereld. Een mooi inzicht voor zowel kunst als onderwijs. ‘Bewaarde kunst’, vervolgt Heijne, ‘zegt ons wie we waren, maar zegt ze ons ook wie we zijn? Wie iets al te goed bewaart, zit voor hij het weet met een fossiel. Luchtdicht verpakte kunst stikt. En wijzelf ook, want door de eerbied voor al die geconserveerde, opgepoetste en bijgezette kunst, kan die nooit meer betekenis krijgen voor ons eigen leven.’

En zo is het ook met het lesboek, de instructievideo en de docent. Als we alles consumeren als zoete koek, zijn we precies nergens. We absorberen het, kunnen het misschien zelfs reproduceren, maar hebben er geen relatie mee. En voor we het weten, heeft ons hoofd de collectie zoete koekjes opgeschoond.

Het ambachtelijke van onderwijs is om zulke brokken aan te bieden, dat er wel gekauwd wil worden. Het vraagt om mensen wakker te maken voor het appel dat de ander of de wereld op hen doet, zonder daardoor overspoeld te raken. Het vraagt om het boek, de kathedraal, het bingeluisterwaardige docent-verhaal, de les levend te maken. Levend in de betekenis van ‘op de grens van wat was en van wat kan zijn’.

Met grote bewondering kijk ik naar de docenten die daarin slagen. In het mbo zien we hen soms; die weten een verbinding te maken tussen ‘iets’ in de student en in de wereld. Die naast reproductie een appel doen op verbeeldingskracht, naast overdracht benieuwd zijn naar co-creatie. Aandacht voor de geschiedenis én verkennen wat dit vandaag voor jou betekent. Studenten zo uitnodigen tot een stap in het nog onbekende.

Daarvoor maken we ons hard in het onderwijs. Bewust pendelen tussen oud en nieuw, bewust de verbinding aangaan met je omgeving en soms zichtbaar blijven onderscheiden. Bewust betekenis geven en je engagement opzoeken.

Toch die pauzeknop weer eens indrukken tijdens de serie, het boek, het kerkbezoek. Zuurstof, tijd en ruimte toevoegen aan de luchtdichte verpakking, zodat we ons weer gaan engageren met wat ons wordt voorgeschoteld.

Nieuw kabinet vergroot waarde van kunst

De prioriteiten van het volgende kabinet zijn bekend. Meer bestaanszekerheid, grip op migratie en meer erkenning voor kunst en cultuur. Zo zal de btw-verhoging toch bedoeld zijn?

Het briljante plan is om de ‘belasting over toegevoegde waarde’ (btw) van culturele goederen en diensten te verhogen van 9% naar 21%. Hiermee worden theater, boeken, concerten en festivals 12% duurder. Zou het helpen om de waarde van kunst en cultuur op deze wijze te vergroten? Uit psychologisch onderzoek is bekend dat duurdere producten vaak gezien worden als meer waardevol. Het duurdere – en vermoedelijk ook schaarsere – aanbod zou dus populairder kunnen worden.

Kort na bekendmaking van dit plan, zet een Friese mbo-instelling direct een belangrijke stap. Firda kondigt aan dat het haar ruim 20.000 studenten dagelijks een half uur vrij wil laten lezen. De boeken gaan duurder worden en dat was precies het zetje dat Het Fries Leesoffensief nodig had (in dit cynische stukje, althans).

Nee, in de woorden van Firda-bestuursvoorzitter Remco Meijerink is het motief dat lezen werkt ‘als het Zwitserse zakmes van de ontwikkeling: taalvaardigheid, kennis, inzicht, denken, verbeelden, concentratie, identiteitsontwikkeling, mentale gezondheid, etc.’ Oeps, in Den Haag doelde men vooral op spelling en grammatica toen het curriculum versmald moest worden. Nee, beste mensen in Den Haag, letters en boeken zijn een manier om verhalen te vertellen. Verhalen stimuleren de verwondering, fantasie en geraaktheid. Dat gaat minstens zo goed met een museumbeeld of theaterstuk, dus die brede waaier gunnen we studenten.

Sowieso maken de kabinetsplannen ons strijdbaar. De voorgenomen vernauwing van het curriculum (focus op lezen, schrijven en rekenen; politieke neutraliteit van onderwijs; minder aandacht voor maatschappelijke participatie) prikkelen de motivatie. Nog meer geven we onderwijsaandacht aan kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Nog meer zal de Brede Vorming Parade voor mbo-professionals, op 20 juni 2024, een plek zijn voor kunst en cultuur.

Bioscopen, dierentuinen en de Efteling krijgen een voorsprong van het kabinet. Dat zijn ook prima plekken voor verwondering, maar het onderwijs heeft de schone taak om zoveel mogelijk luikjes te openen. Met hele diverse ‘via’s’ waarderen we brede participatie!

Leven we voor scores of mores?

Ik heb nog nooit zo angstvallig naar de scores van mijn zoontje gekeken. Camiel, 10 maanden oud, wordt opgenomen in het ziekenhuis. Alles wordt bijgehouden en dat is maar goed ook – ze grijpen direct in als zijn hartslag of zuurstofgehalte uit de bocht vliegt. Ook als vader ben ik gericht op de grafiekjes en piepjes; alsof ze me wat houvast geven bij iets totaal ongrijpbaars. Maar de verpleegkundige zegt: ‘zet u het scorescherm maar uit, kijkt u maar gewoon naar uw kind.’ Het voelt alsof ze zeggen: vertrouw maar op onze vaardigheid om cijfers te interpreteren, wees nu vooral zo dicht mogelijk bij je zoontje. Ik vraag me, na deze ziekenhuiservaring, af hoe we in het onderwijs met mensen omgaan.

Wat stond centraal bij Camiels zorg? Enerzijds monitors en slangetjes. Maar er was meer, zowel in de begeleiding als de fysieke omgeving. Dat begon al in de ambulance, met een wandbrede foto van de Oudegracht in Utrecht. Ik waande me in ‘mijn stadsie’ en vergat de klinische setting voor heel even. Het ambulancelicht was tijdens de rit gericht op de foto, zodat vader en zoon daarnaar keken. Ik versterkte de betovering dankbaar, door Camiel te wijzen op papa’s favoriete restaurant.

Kort daarvoor hadden de ambulancebroeders de keus om Camiel, zo veilig mogelijk, in de Maxi-Cosi vast te zetten. Ze keken naar het zielige mannetje en zeiden: er is geen spoed, we gaan rustig rijden, dus wat dacht je ervan als Camiel gewoon op papa’s schoot op de brancard komt liggen? Want: kijken we alleen naar scores of denken we ook over de mores? En zo lag papa vastgegespt aan Camiel en aan de brancard. En zo vouwden de stoere broeders een kinderwagen in elkaar. Wat een geklooi en wat een aandoenlijk gezicht. Ze fixen het sneller dan Camiels opa ooit voor elkaar kreeg.

De wielen van de ambu-bus gingen ‘rond en rond’ en Camiel werd rustig ‘als de bus gaat rijden’. Eenmaal op de nieuwe plek reden we wat steriele gangen door en gingen opeens deuren open naar een boom. De kinderafdeling, met een geschilderde boom als poging om de natuur dichtbij te halen, met kunstige diertjes erbij.

En toen moest er een sonde geplaatst worden. Ook daar was betovering. Niet in zijn slaapkamer, want die moet zonder nare associaties zijn. In een speciale ruimte zat een pedagogisch medewerker met een toverstok. De glinstering leidde Camiel af van de medische handeling, waarna hij naar zijn veilige plekje kon.

De omgeving in de ambulance en op de kinderafdeling doen ertoe. Ze bieden uitzicht op de ‘echte’ wereld, met verbeelding van de natuur en de illusie dat we zó weer buiten zijn. Het ziekenhuis geeft hiermee kinderen een uitzicht, zowel in fysieke als verbeeldende zin, op een wereld waarin het om méér gaat dan scores. We worden herinnerd aan ons menszijn. Aan al onze vermogens om emoties te tonen, te reageren, mee te doen. Omdat ik werk in het onderwijsveld, kan ik het niet laten om de parallel te trekken. In het onderwijs zijn geen slangetjes en sondes, daar laten we kinderen zweten op toetsen en reflectieverslagen. En ouders, leraren en leerlingen kijken allemaal naar het scorebord. Wie richt op school liefdevol de aandacht op de mens achter de cijfers? Wie draagt zorg voor het aantrekkelijke uitzicht op de wereld? En hoe nodigen we docenten en leerlingen uit om zelf bij te dragen aan de verbeelding en de betovering van de wereld?

Met mijn collega’s van Onderwijs124 zoek ik steeds naar manieren om de verbeeldingskracht aan te spreken en een tijdelijke ruimte te creëren, zodat er aandacht ontstaat voor het menszijn. We zien dat kunst en vormen van makerschap daarbij werken. We ervaren bij onze praktijkinnovaties in het mbo dat docenten een ambachtelijke en kunstzinnige route kunnen nemen, als leerlingen hen ook als mens mogen ontmoeten. In de komende blogs deel ik graag zulke onderwijservaringen waarin het menselijke én wereldse binnenkomen.

 

Met dank aan inspirerende zorgmedewerkers van DiakonessenhuisSt. Antonius Ziekenhuis & RAVU!