Kunstvakidiotie als activisme in het voortgezet onderwijs
Auteur: Mirjam van Tilburg | Beeld: Pixabay P-CL

Kunstvakidiotie als activisme in het voortgezet onderwijs
Auteur: Mirjam van Tilburg | Beeld: Pixabay P-CL

Op de Berlijn Biënnale doet Mirjam van Tilburg inspiratie op over humor als activisme. De narren, dwazen en jokers die ze er ziet bevestigen wat zij al langer weet: vakidiotie is niet een zwakte maar een kracht. Of zelfs een vorm van verzet.
Humor als activisme
Met een glimlach liep ik afgelopen zomer door de 13e Berlijn Biënnale. In deze tentoonstelling geen oplossingen of zware oproepen voor engagement. Wel narren, dwazen en idioten. De kunstenaar als joker. Als iemand die niet netjes meedoet, maar precies daardoor iets raakt wat anders onzichtbaar blijft. Humor als pantser. Humor als activisme. Humor als serieuze strategie.
Berlijn Biënnale
Op de Biënnale werd de figuur van de nar niet romantisch opgepoetst, maar politiek ingezet. Ik lachte hardop bij een re-enactment van Beggars’ National Convention, een slapstick stuk van de Birmese komediant Maung Thura “Zarganar” uit 1987. In groteske scènes fileert hij de militaire hiërarchie en het falende onderwijssysteem van Myanmar. Het is absurd, lichamelijk, pijnlijk grappig. En juist daardoor messcherp. Humor gaat hier niet over relativeren, maar over ontregelen.
Even verderop stuitte ik op The Fool’s Journal (2013) van Huda Lutfi. Kegelvormige narrenhoeden verwijzen naar emancipatorische ambities: wie de hoed opzet, accepteert tijdelijk de positie van de idioot om iets anders mogelijk te maken. En dan was er het transnationale activistische netwerk Lanna Action for Burma Committee met hun actie Panties for Peace: onderbroeken opsturen naar de militaire leiders van Myanmar. Met teksten als: “With our sarongs flying high as flags we will enjoy wind-powered electricity.” Humor onder de gordel, letterlijk. Het regime wordt geraakt waar het kwetsbaar is.
Vakidioten in het onderwijs
In het onderwijs wordt het woord ‘vakidioot’ vaak negatief gebruikt. In de interpretatie die aansluit bij de trend van de ‘brede leraar’ is een vakidioot iemand die neerkijkt op de praktijk van het lesgeven en het liever over eigen vakexpertise heeft. In beleidscontexten fungeert de vakidioot vooral als waarschuwing: wees geen vakidioot, wees breed inzetbaar, flexibel, adaptief.
Toch gebruiken leraren en leerlingen de term vakidioot als geuzennaam voor de toewijding van vakdocenten. Vakidioten zijn die leraren met grote motivatie om leerlingen iets meer van de wereld te laten begrijpen. Oud-leerlingen noemen hun lievelingsleraar een docent die met enthousiasme en passie kan onderwijzen; een ‘echte vakidioot’.
Kunstvakidiotie
Ik pleit al langer voor een herwaardering van kunstvakidiotie. Niet als identiteit (‘meer kunstvakidioten!’), maar als manier van handelen, zoals de kunstenaars van de Berlijn Biënnale lieten zien. Kunstvakidiotie is geen taak die je erbij krijgt en ook geen kwaliteit die je bezit. Door het woord uit elkaar te trekken probeer ik voorbij te gaan aan het cliché van vakidioot.
Het eerste deel, kunst-vak, verwijst niet naar een schoolvak of een set exameneisen. Ik zie het als een afkorting van vakmanschap: het vermogen om in het moment goede beslissingen te nemen in een situatie die zich niet laat voorspellen. In kunst-vak-idiotie zit het vakmanschap in het creëren van de ontmoeting van jongeren in het veld van de kunsten. Daar is interesse in de jongeren, pedagogiek en didactiek bij nodig, en ook kennis en ervaring in de kunst. Het vakmanschap van kunstvakdocenten zit niet in het zelf maken van het beste kunstwerk, maar in het scheppende werk van onderwijzen.
Maak kunst niet instrumenteel
Het tweede deel is idiotie. Niet als gekte, maar als weigering om kunst in het onderwijs instrumenteel te maken. De idiotie die de logica van efficiëntie, meetbaarheid en dashboard-denken bevraagt en tegenwicht biedt. In een onderwijswerkelijkheid die steeds verder wordt gestructureerd door software, roostersystemen en leerdoelenschema’s, is die weigering en bescherming essentieel. Idiotie is hier geen domheid, maar ondoelmatigheid uit overtuiging: de-automatiseren zoals The Fool’s Journal. Of de humor als pantser zoals in de re-enactment van Beggars’ National Convention.
Kunstvakidiotie streeft naar onderwijs dat zich gedraagt als kunst. Niet door kunst te reduceren tot lesstof of sociaal middel. Kunstvakidiotie houdt vast aan een andere mogelijkheid: doen-als-kunst. In dialoog zijn met zintuigen, lichaam en denken, zonder direct doel. Verwarrend, soms ongemakkelijk, voorbij het toepasbare. Die idiotie — en zeker het uit de automatische piloot stappen — is precies wat kunstonderwijs nodig heeft.
Humor in de klas
Ik hoor je al denken: dat is niet efficiënt, waar haal ik dan de tijd vandaan? Ja, in een sector die uitblinkt in burn-outcijfers is dat gevaarlijk. Net als de nar op de Biënnale staat de kunstvakdocent in het vo op een kwetsbare positie. Maar kunstvakidiotie is niet de oorzaak van burn-outs. Idiotie in de klas is geen extraatje; het is een vorm van activisme. Een manier om leerlingen te laten ervaren dat er speelruimte is. Dus ga samen oefenen in kunstvakidiotie, in je vaksectie of binnen je bredere netwerk. Misschien is dat wel wat het vo nu het hardst nodig heeft: docenten die met humor, spel en lichte overdrijving de onderwijsmachine bevragen. Maak een ‘Panties for PTA’ bijvoorbeeld, of een ‘Fools’ feedback’. Niet om het onderwijs af te breken, maar om de kern van onderwijs te behouden.
Mirjam van Tilburg (PhD) is docent aan de master Kunsteducatie van Fontys Academy of the Arts te Tilburg. Daar is ze ook onderzoeker binnen het lectoraat Artistic Connective Practices. Ze is opgeleid als kunstvakdocent, beeldend kunstenaar en artistiek onderzoeker.
Meer lezen?
Van Tilburg, M. (2023). Studies in kunstvakidiotie (Doctoral thesis, University of Antwerp, Antwerpen).
Van Tilburg, M. (2022). Herontdekking van de kunstvakidiotie. Verschuift het vakmanschap van kunstvakdocenten?. Forum+, 29(3), 37-46.