5 feb 2026
5 minuten lezen

‘School is voor negentig procent boottocht, meneer!’

Auteur: Jeroen kool | Foto: Jeroen Kool

Kunstdocent Jeroen Kool vraagt zich dagelijks af: hoe kan ik de nieuwsgierigheid van mijn leerlingen blijven prikkelen? In een tijd waarin slimme algoritmes ons veelvuldig voorspelbare, hapklare brokken voorschotelen die de scheidslijn tussen feit en fictie vervagen, lijkt ruimte voor nieuwsgierigheid en zelfontdekking in het onderwijs belangrijker dan ooit.

“Fantaserend over de reis die we van plan waren te maken, besloten we enkel de bestemming van de eerste en de laatste nachten vast te leggen”, begin ik mijn verhaal. Het gesprek slingerde al even van vakantieherinneringen naar niet te missen bezienswaardigheden. Het is de eerste week na de vakantie als we wat rommelig beginnen aan de kunstles. Enkele leerlingen moedigen mij aan om deel te nemen aan het gesprek. Als docent met wat ervaring weet ik dat het juist de toevallige groepsgesprekken zijn die een klas kunnen inspireren. 

Ik doe er dan ook een schepje bovenop zodra ik meer neuzen mijn kant op zie gaan. “Onze activiteiten in de tussenliggende tijd legden we niet vast, die zouden we ter plekke invullen”, vervolg ik. Ergens halverwege deze reis vertrokken mijn geliefde en ik in noordelijke richting. We wilden een populaire bezienswaardigheid bezoeken. Na een lange dag kwamen we ’s avonds laat aan bij het hotel in de buurt van onze bestemming. De volgende ochtend leenden we fietsen en begaven we ons richting de attractie. Bij aankomst werden we door hekwerken richting de kassa geleid. Na een flinke tijd stapten we in de boot die ons meenam op een route door de baai van onze bestemming. 

Even later zaten we schouder aan schouder te luisteren naar de gids die ons onophoudelijk vertelde waar te kijken en wat te zien. Na enige tijd bleek de gids niet van plan te zijn ooit nog te stoppen met praten. De mist die tijdens het vertrek opstak, moedigde hem enkel aan om nog meer tekst en uitleg te geven. Klem in onze bankjes begonnen we ons ernstige zorgen te maken over deze trip. Na anderhalf uur waren we verlost en rechtten we onze pijnlijke ruggen.

 

Na het nodige geploeter, werden we uiteindelijk toch nog beloond. Het weinig uitnodigende pad bleek even verderop tot een prachtig weggetje te transformeren!

 

We besloten, zonder specifiek vooropgezet doel, onze teleurstelling weg te trappen en sprongen nogmaals op de fiets om wat rond te toeren. We kozen een hobbelig zandpad en bogen van de weg af. Bij elke nieuwe bocht zakten onze wielen verder weg in de zachte ondergrond. Ons gesprek verstomde toen we meerdere keren moesten afstappen om het steeds zwaarder wordende metaal onder ons vooruit te bewegen.

Na het nodige geploeter, werden we uiteindelijk toch nog beloond. Het weinig uitnodigende pad bleek even verderop tot een prachtig weggetje te transformeren! We slingerden ineens langs prachtige dorpjes en vergaapten ons aan de indrukwekkende architectuur. Tijdens een tussenstop nuttigden we wat fris op een geïmproviseerd terras. Op dat moment realiseerden we ons dat we uitkeken op het mooiste uitzicht van de reis tot dan toe. Toen de avond viel reflecteerden we op de dag; de fietstocht was absoluut het hoogtepunt.

‘zelfontdekzaamheid’
Op dat moment van mijn verhaal vraag ik de klas waarom ze denken dat wij de fietstocht zo waardeerden. Vingers schieten omhoog. Een meisje met bruine krullen heeft ineens een treffende verklaring. “U waardeerde de fietstocht vooral, omdat het een hoog gehalte aan ‘zelfontdekzaamheid’ had.” Verrast door haar eigenzinnige ingeving veer ik op. Ze had het haast niet mooier kunnen zeggen.

Ik vertel de klas dat het verhaal hier niet afgelopen is, want eenmaal terug bij het hotel ontstond er een nieuw gesprek. De boottocht en de fietstocht werden twee uitersten die symbool kwamen te staan voor richtinggevende mogelijkheden om na te streven. We zagen in de fietstocht de meer creatieve weg: op pad gaan zonder precies te weten wat de bestemming zal zijn. We dachten gelijk aan begrippen als ‘nieuwsgierigheid’, ‘vertrouwen’ en een ‘open houding’ als uitgangspunten. De boottocht stond voor de route met meer geformuleerde doelen met ‘overzichten’, ‘planningen’ en ’haalbaarheid’.

In ons gesprek rijst ook de vraag hoe leerlingen hun schooltijd nu eigenlijk ervaren. Onderzoekers waarschuwen voor de toegenomen maatschappelijke verwachtingen en mentale druk bij jongeren. In de praktijk blijkt het bepaald niet eenvoudig te ontdekken wat behulpzame routes zijn die inzicht geven in wat echt belangrijk, urgent of van waarde is. Zeker niet in een wereld waarin resultaat en succes steeds vaker centraal staan. Bovendien hanteren invloedrijke figuren strategieën die de grens tussen feit en fictie laten vervagen. Hierdoor worden dubieuze beelden van de werkelijkheid vaak in voorspelbare, hapklare brokken verpakt en zorgvuldig voorgeschoteld door slimme algoritmes.

Mijn vraag is nog niet gelanceerd, of de vingers – en percentages – vliegen mij al om de oren. “School is voor negentig procent boottocht, meneer!” “Soms een beetje fietsen hoor, maar echt zoveel meer boot!” Snel wordt mij duidelijk dat er bij veel leerlingen weinig twijfel bestaat als ik de dagelijkse praktijk uitdruk in de vorm van deze twee uitersten.

De volgende dag spreekt een groepje leerlingen uit de bewuste klas me nog eens aan. De meest enthousiaste vindt mijn tweedeling wat kort door de bocht: het leven is in werkelijkheid niet zo zwart-wit. Ik geef dit toe en leg uit dat uitvergroting juist kan helpen bewust te worden van waar je staat. Zo kun je vaststellen of je ‘in de boot’ zit of juist ‘op de fiets’. En zo nodig wisselen, om vastlopen te voorkomen en weer opnieuw richting te vinden. 

Lees het hele artikel in KZ04/2025.

Jeroen Kool studeerde af aan de AHK en Gerrit Rietveld Academie. Naast zijn praktijk als beeldend kunstenaar geeft hij kunst- en filosofielessen in het voortgezet onderwijs.