20 dec 2023
3 minuten lezen

De kunstvakdocent: kunstenaar en/of docent? Ilein Bermudez

De eerste competentie in de landelijke competentieset Bachelor kunstvakdocenten (KVDO, 2018), is de artistieke. Het KVDO beschouwt een sterk kunstenaarschap als de bron en identiteit van de kunstvakdocent. Uit onderzoek blijkt echter dat gaandeweg het lesgeven dat kunstenaarschap wordt ‘ingeleverd’ en kunstvakdocenten worstelen met hun identiteit: soms docent, soms kunstenaar. In deze rubriek komen kunstvakdocenten aan het woord die naast hun docentschap een uitvoerende kunstpraktijk hebben. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Auteur: Suzan Overmeer | Beeld: Foto Layla Wiersma (fragment) Collage Roland Conté

Ilein Bermudez is cellist en werkt als zelfstandig uitvoerend musicus. Ze speelt onder andere in verschillende ensembles, doet tango-projecten, en zingt. ‘Ik voel me een muzikale nomade’, zegt ze. Bermudez geeft twee dagen per week muziekles op een internationale basisschool. De combinatie kunstenaarschap-docentschap is voor haar essentieel, maar niet altijd makkelijk.

‘Ik werkte eerst vier dagen per week in het voortgezet onderwijs. Omdat ik als musicus op een hoger artistiek niveau wilde komen en me wilde verdiepen in muziek uit andere culturen, volgde ik een master Wereldmuziek bij Codarts. Dat bleek niet te combineren met vier dagen voor de klas en ik besloot minder les te gaan geven.’
De beslissing om meer tijd te besteden aan haar muzikantschap had ook met iets anders te maken. Bermudez: ‘Ik gaf les aan leerlingen in de bovenbouw vo. Mijn lessen gingen over artistieke ervaringen, over vragen als: wat betekent creativiteit voor mij als musicus? Wat wil ik dat anderen ervaren als ze luisteren naar mijn muziek? Een musicus ontwikkelt zich continu. Hoe kon ik die ervaring doorgeven als ik zelf niet met deze artistieke zoektocht bezig was?’

Nu ze meer tijd heeft voor haar uitvoerende praktijk, kan ze lesgeven op een manier die bij haar past. ‘Voor mij zit daar de kwaliteit. Ik relateer wat ik ervaar als muzikant aan mijn docentschap en andersom.’ Bermudez werkt in beide werkvelden vanuit dezelfde overtuiging. ‘Ik wil overdragen dat er meer is dan muziek uit één specifieke cultuur. Ik ben klassiek opgeleid, maar nu gespecialiseerd in Argentijnse tango.’
Culturele diversiteit komt ook terug in haar lessen. ‘Ik neem vaak instrumenten mee uit de cultuur van mijn leerlingen, zoals de bansuri (Indiase fluit) of de erhu (viool uit China). Ook laat ze hen regelmatig actief luisteren naar muziek uit andere culturen. Het helpt om elkaars culturele verschillen te respecteren en om begrip van de betekenis van elkaars muziek te ontwikkelen.

‘Voor mij is het heel vanzelfsprekend dat ik zowel docent als musicus ben. Dat is niet voor iedereen zo. Ik heb collega’s die geen interesse hebben in lesgeven. Ze denken dat als je dat doet, je eigenlijk geen goede musicus bent. Ik kom uit een onderwijsfamilie, voor mij is lesgeven natuurlijk. Juist omdat ik uitvoerend muzikant ben en continu investeer in een hoog speelniveau, lukt het me die ervaringen te gebruiken voor de inhoud van mijn lessen. Dat is soms een zoektocht, maar op deze manier lesgeven is wat mij betreft werkelijk kunst.’

Deze rubriek stond in KZ01/2024.