Mijmering #21
Blog / Dagmar Baars / 28-11-2024

Almost Good
Vorige week maandag werd ik gebeld door beeldend kunstenaar Vincent Dams uit Eindhoven, met wie ik bevriend ben. De dag ervoor ben ik naar zijn expositie geweest in het Kröller-Müller Museum: The Enzo Diga Story. Na wat gezapige openingszinnen begint ons gesprek eindelijk een duidelijke kant op te gaan: ‘Maar, je bent er geweest? Naar mijn expositie? Wat vond je?’ Dit is altijd het moment dat ik een tunnel in wil rijden, mijn telefoon in de wc wil laten vallen, of simpelweg mijn hoofd zo hard tegen het scherm wil duwen dat mijn wang tegen het ‘rode telefoontje’ drukt en een einde maakt aan dit ongemak.
Want er is ‘iets’ met dat praten over kunst. Het voelt toch snel alsof ik het de mond wil snoeren door er een hele serie woorden en waarden aan te hangen. Een beetje zoals een grote begeleidende tekst op een museumwand, omdat het kunstwerk kennelijk niet zo spraakzaam is. Maar helemaal lastig vind ik de gladijs-gelegenheid waarbij ik moet praten met de maker van het werk. Levensgevaarlijk, je zou zomaar de verkeerde kant uit glibberen! Ook al is het spreken over kunst mijn vak, ik raak de werken liever niet aan. Zoals je dat ook niet doet bij pas geverfde kozijnen. Eigenlijk wil je even lekker met je vingers in die hoogglans laag duwen, zoals sommige mensen dit bij roze koeken doen, maar je doet het niet! Je zou het vernielen met vettige vingerafdrukken. Ik laat het kunstwerk dus maar liggen, terwijl ik er een beetje wijzend omheen dans. Kijk! Zie! Hoera!
Maar nú kan ik geen kant op. Nu moet ik wel praten met ‘de maker’ over wat hij heeft gemaakt. Dat ik in dit geval met de kunstenaar bevriend ben maakt mijn angst niet minder. Dus blader ik nog eens door de bijbehorende catalogus en brabbel wat over het mooie handschrift onder de tekeningen en de moeilijke beentjes van Blue Boy Practicing a Scene die ook onderdeel is van de expositie. Ik eindig mijn geratel met: ‘Ik denk dat ik de werken eigenlijk gewoon grappig vind.’ Het blijft even stil. Is dit het einde van een vriendschap? Een teken van gebrek aan intellect? Het imposter syndroom trekt als een capuchon langzaam over mijn hoofd.
‘Fijn! Dat was ook de bedoeling’, hoor ik aan de andere kant. Ineens herinner ik me dat hij dat onlangs nog in een podcast heeft gezegd, dat zijn kunst als bijkomstig doel heeft dat mensen met een glimlach naar buiten lopen. Even later is het praten klaar en ligt de catalogus zwijgend op tafel. Ik kijk naar de tekening en de titel op de kaft: ‘Almost Good’. Inderdaad, dacht ik: als ‘bijna goed’ de norm is, dan is het ook niet snel ‘compleet fout’.
De tentoonstelling Vincent Dams. The Enzo Diga Story is nog tot en met 2 maart 2025 te zien in het Kröller-Müller Museum. Hierin brengt Dams zijn zelfverzonnen filmmaker Enzo Diga tot leven. De schilderijen, getekende storyboards, filmposters en filmsets laten je bijna geloven dat de persoon en zijn films echt zijn.
Dagmar Baars treedt al bijna tien jaar op als ‘bemiddelaar’ tussen kunst en beschouwer. Dat doet ze als docent aan Hogeschool de Kempel en Fontys Academie voor Beeldende Vorming – én met haar eigen onderneming EindBaars Producties.