Als zzp’er ben je niet gauw ‘ziek genoeg’ om dingen af te zeggen
Blog / Babette Jane / 05-02-2025

Je wordt geveld door de griep. Ben je dan ziek genoeg om dingen af te zeggen? Wat zeg je af? En waarvoor neem je de nog net toegestane hoeveelheid griepdempers? Muziekdocent Babette Jane reflecteert.
Samen met een groep kleuters lekker rondrennend op muziek, voelde ik mij op een woensdag energiek en gezond. Totdat ik merkte dat mijn stem schor begon te worden en vermoeidheid de overhand nam. Deze neerwaartse lijn hield aan tot ik de dag erna op de bank lag te bibberen van de koorts, met pijn in mijn lijf en hoofd. Nu moest ik bepaalde dingen gaan afzeggen of vervanging regelen.
Als zzp’er in de kunsteducatie heb ik verschillende projecten tegelijk lopen, waardoor ik op zo’n moment meerdere telefoontjes moet plegen. Daar zat ik niet op te wachten. Muziek maken met de ouderen moest ik zeker afzeggen. Die groep mag je niet blootstellen aan je bacillen. Daar zijn ze zelf ook stellig en makkelijk in. ‘Ziek? Tot volgende keer. Doei!’ Met kinderen ligt dat iets anders. Daar broeit, groeit en vermenigvuldigt altijd wel iets.
Ik had twee dagen later het halfjaarlijkse optreden met mijn kinderkoortje. Gezien de organisatie van zo’n dag is dat een stuk lastiger af te zeggen. Ook gevoelsmatig: wanneer kon ik dit écht niet aan? Was ik wel ‘ziek genoeg’? Op de tot griep gedoemde dag zelf zou ik de generale repetitie hebben met een pianist erbij. Gezien mijn staat op dat moment kon ik dat in ieder geval écht niet aan. Daarom moest ik een vervanger voor mezelf regelen. Het kostte behoorlijk wat energie om diegene te vertellen wat ze die middag kon doen met de kinderen. Ze had nauwelijks tijd om zich voor te bereiden. Achteraf vroeg ze terecht hoe groot ik de kans achtte dat ik het optreden kon doen. Zelf zag ze het niet zitten.
Ook de organisatie van het kinderkoortje zat mij te bevragen of ik het zou redden. Maar hoe weet je of je je over twee dagen weer goed genoeg voelt als je op dat moment nauwelijks onder de dekens vandaan kunt komen? Gelukkig ging het de volgende dag iets beter. De immense hoofdpijn was dragelijker geworden en de koorts was wat gezakt. Dus zei ik dat ik er de volgende dag bij was. Het gaat tenslotte om 25 kinderen, een ingehuurde pianist, een afgehuurde zaal en 80 verkochte kaartjes…
Helaas sloeg die nacht de koorts weer genadeloos toe. Na vier natte kledingwissels en weinig slaap door gebibber en pijn zag ik het buiten licht worden. Onder de douche stond ik zwalkend op mijn benen mezelf moed in te spreken. Ik dwong mezelf wat te eten en nam pijnstillers. Mijn lichaam in stilte liefde gevend, wist ik dat ik deze dag zonder meer zou overleven. Langzaam klaarde mijn nevelige hoofd op dankzij de paracetamol en het beetje adrenaline dat ik ook bij kinderconcerten van mijn lijf tot mijn beschikking krijg.
We zouden afstand houden, maar aangekomen bij het koortje wilden de kinderen mij allemaal omhelzen. Want ik was toch beter? Ze waren lief, hardwerkend en… Jeetje, wat ben ik trots op die kids! We hebben alsnog een goede doorloop gedaan. Ik knikte ondertussen vriendelijk naar een moeder die hardnekkig bleef zeggen dat ik meer aan mezelf moest denken. “Ziek is ziek”, zei ze. Tja, zij heeft zeker één baan met een vast inkomen.
Het was een mooi concert en dankzij het overschrijden van de maximaal aangegeven dosis paracetamol voelde ik me redelijk. Ik was blij dat ik het had gedaan. Maar de vraag of dit nou zo gezond was blijft aan mij knagen. Hebben we niet allemaal recht op ziek zijn? Of we nou zzp’er zijn of niet. Had de hardnekkige ouder niet toch gelijk?
Babette Jane is saxofonist in diverse bands, werkt als muziekdocent in het basisonderwijs en geeft workshops aan peuters en ouderen. Daarnaast schrijft ze over haar leven als musicus en docent in Amsterdam.