Afgelopen weekend las ik Henk van Stratens laatste boek: Ernest Hemingway is gecanceld. Het gaat de naamloze hoofdpersoon, een gescheiden curator van een gecancelde expo, even niet voor de wind. Met Jeffrey, de pr-man, wisselt hij van gedachten over de aansluiting van zijn volgende expo bij de huidige tijdgeest.
‘Waarom kan het individuele leed, of de individuele schoonheid, geen kunst meer zijn? Waarom moet het allemaal iets zeggen over het nú?’
Jeffrey: ‘We denken in groepen nu, in maatschappelijke termen, in goed en fout. We willen onze ideeën daarover vertegenwoordigd zien, als een erkenning, als een geruststelling zelfs.’
Curator: ‘Vooral niet schuren, niet controversieel en ongrijpbaar zijn.’
Jeffrey: ‘Helaas.’
Curator: ‘Laat staan dat kunst ooit nog iemand kwetst.’
Jeffrey: ‘God behoede. Dan komen de mails en telefoontjes en de knieval.’

Je zou bijna denken dat dit de omschrijving is van een safe space is. De plek waar je je vertegenwoordigd voelt en de echo van je ideeën geruststellend doorgalmt. Of zoals Freek, ‘een vijfentwintigjarige stagiair met een knotje en een T-shirt waar KEEP CALM, STAY WOKE op staat’, het tijdens de personeelsvergadering stelt: ‘Het museum moet een veilige plek zijn voor alle mensen. Je moet hier kunnen komen zonder geconfronteerd te worden met kwetsende beelden en opvattingen die de toets der tijd niet kunnen doorstaan.’
De vraag is natuurlijk wie er gelijk heeft. Is het museum de plek waar je geconfronteerd wordt met de controversiële uitspattingen van de kunstenaar? Of is het museum de safe space waar je welkom bent zonder geconfronteerd te worden?

Het is de tegenstelling die mij steekt. Het museum kan -nee moet- beiden op hetzelfde moment zijn. Daar deelt de kunstenaar zijn perspectief op de wereld. En ja, dat mag confronterend of zelfs schokkend zijn. Of zoals kunstenaar Charlotte Jarvis in haar recente film In Posse zegt: ‘It is artists and writers who are breaking taboos and pushing boundaries.’ Moeten musea zich bij de vertoning van een controversieel werk wapenen tegen rode cancel-kruizen door aankondigingsposters, #MeToo aantijgingen of een Black Lives Matter beeldenstorm?
Nee, natuurlijk niet. Het museum moet juist ‘ontwapenen’. De wrijving omarmen en het gesprek aangaan. Het is de plek waar niet alleen de kunstenaar gehoord wordt, maar ook de bezoeker. Een safe space waar je je veilig en betrokken voelt. Een plek waar je samen kan zijn zonder dat je het altijd over alles eens hoeft te zijn.


Charlotte Jarvis in haar video-essay In Posse

Een nieuwe tijd vraagt om nieuwe begrippen. De safe spaces uit de jaren zestig van de vorige eeuw waren plekken waar gemarginaliseerde groepen zich terug konden trekken uit gewelddadige omgevingen. Nu bevinden we ons in een tijd waarin iedereen in hun eigen hokje zit. In de gepersonaliseerde safe spaces op het internet hoor je enkel nog gelijkgestemden. Juist daarom moet het museum een veilige plek zijn waar je anderen ontmoet. Een plek waar je geconfronteerd wordt met controversiële kunst, andere ideeën en meningen. Op een veilige manier.

Het is evident dat museumeducatoren en -rondleiders van groot belang zijn. Als er een groep geëquipeerd is om diverse bezoekers in contact te brengen met conflicterende en soms zelfs confronterende werken zijn zij het. De portieren van de echo chambers. De knights van de nuance.

 

Cover #6

Leerlingwerk VAVO Rijnmond College (Rotterdam)