2 apr 2026
3 minuten lezen

Cultuureducatie in Vlaanderen probeert het overnieuw met kennisrijk cultuuronderwijs

Blog / Tijl Bossuyt / 02-04-2026

Het Vlaamse onderwijs verschuift van vaardigheidsgericht naar een kennisrijk curriculum. Tijl Bossuyt bekijkt wat dit betekent voor cultuureducatie.

In Vlaanderen bevindt het onderwijsveld zich momenteel in een boeiende transitie. De verschuiving van een louter vaardigheidsgericht onderwijs naar een kennisrijk curriculum heeft ook gevolgen voor hoe we cultuureducatie vormgeven en integreren in de klas. De meest actuele beleidsontwikkelingen die nu ter goedkeuring op tafel liggen stellen vooralsnog gerust: ook voor ervaring en beleving in de praktijk blijft ruimte.

Cultuureducatie in de Vlaamse context gaat verder dan een uurtje beeldend werk, een museumbezoek of een muzikale activiteit in de klas. Het is het proces waarbij leerlingen via waarneming, beleving en verbeelding leren omgaan met de cultuur waarin ze opgroeien en die van anderen, en dit alles ook weten te plaatsen in een kennisveld. Duidelijk is dat dit gebeurt met, door en in de kunsten! 

Het herkennen van de eigen culturele identiteit en die van de samenleving wil men meer centraal stellen. Een belangrijk gegeven in dit kader is de verschuiving naar een “Kennisrijk Curriculum”. Sinds de beleidswijzigingen in 2024-2025 (onder impuls van onder meer de expertengroep rond professor Daniel Muijs) staat het kennisrijk curriculum centraal. In 2026 is deze visie de norm geworden in de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs en dus ook voor de cultuureducatie in het algemeen. 

Jarenlang was er buiten de geformuleerde eindtermen geen duidelijk kader van hoe te werken aan cultuureducatie. De ambitie van de eindtermen was groot maar de praktijk bleek vooral te bestaan uit een patchwork van goed bedoelde activiteiten zonder duidelijke leidraad. Het ontbrak vooral aan monitoring van al dit goedbedoelde. Zowel individuele leerkrachten als kunst- en cultuurorganisaties en ondersteunende diensten (zoals de Canon Cultuurcel van het departement onderwijs) wisten dit alles geen duidelijke richting te geven. 

In het nieuwe kennisrijke curriculum is cultuur echter geen losstaand gegeven, maar een essentieel onderdeel van het programma. Immers om kunst te begrijpen, heb je eveneens kennis nodig over de historische context, technieken en stromingen. Kennis dient dus eveneens te worden opgebouwd, naast beleving en het ontwikkelen van vaardigheden. Zo zal men bijvoorbeeld in de eerste graad van het basisonderwijs leren over kleuren en vormen, om in latere jaren complexe maatschappelijke kritiek in moderne kunst te kunnen analyseren. Maar ook de plaatsing van een schilderij in een tijdsbeeld en tijdsgeest hoort tot het kennisveld.  

Daarom zal in navolging van het goedgekeurde kader een expertengroep het een met het ander verzoenen. Wat moeten de leerlingen doen en wat moeten ze kennen? De grote verandering zit hem niet zozeer in de aanwezige kennis in het rijke kunst- en cultuurlandschap maar wel in de duidelijkheid van wat men wil waarmaken binnen onderwijs. Blijft dat men kennis altijd wil koppelen aan beleving en ervaringen. Waar het kunsteducatieve landschap vooral schrik had dat men geen activiteiten meer zou kunnen aanbieden, vraagt dit kader net om goed doordachte en onderbouwde activiteiten. Men belooft ook de budgetering hiervoor duidelijk aan te passen zodat dit alles mogelijk wordt. 

Tijl Bossuyt is auteur en betrokken bij De Veerman, een kunstcollectief in Vlaanderen dat actief is in de kunsteducatie.