22 feb 2024
3 minuten lezen

De rechte voren die getrokken moeten worden!

Na heel wat gezeur en veel leuren met allerlei gekwebbel over kunst- en cultuureducatie in het onderwijs in Vlaanderen is er nieuws. Binnen de krochten van het Departement Onderwijs werkt men aan een visietekst over kunst- en cultuureducatie. Uiteraard gaat dat gepaard met een bevraging van diverse spelers in het kunst- en cultuureducatieveld (of een deeltje daarvan), maar ook binnen het onderwijs en zijn deskundigen.
De vraag is of we moeten juichen dan wel treuren. Visieteksten zijn altijd een goede oefening om het denken te stimuleren. De inzet van heel veel denkers en experten hierbij is hoopgevend voor de toekomst. Goed onderzoek, evaluatierapporten en daaruit voortvloeiende conclusies en bedenkingen kunnen ook een enorme stimulans zijn.
Bij dit laatste moeten we durven onze wenkbrauwen te fronsen. Hebben we dat materiaal?

De Onderwijsinspectie is in haar rapporten niet altijd lovend over de kunstzinnige en cultuurvakken in het onderwijs. Maar de rapporten, die altijd aan lokale scholen worden gekoppeld, kennen geen overkoepelende onderzoeksstructuur die een visie of een beleid kan voeden. Ze wijzen vooral op het ontbreken daarvan.
Als we naar de leveranciers van het cultuur- en kunstenveld kijken is het nog erger gesteld. Al sinds het onderzoeksrapport van Anne Bamford (2006-2007), dat ondertussen meer stof dan daadkracht wist te vergaren, en slechts enkel goede intentieverklaringen maar weinig daadkracht met zich meebracht, is er weinig gebeurd. Ja, er werd nog een nieuwe stand van zaken van het cultuureducatieve veld opgemaakt, in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Onderzoekers Lode Vermeersch en Nele Havermans onderzochten de praktijk van gesubsidieerde cultuur- en jeugdorganisaties, hun beleid en visie op het overheidsbeleid rond cultuureducatie (2020). Behalve wat boeiende studiedagen en dito debatten die niet tot bindende besluiten leidden, is er echter weinig veranderd. Het gaat op zijn Vlaams of zoals ik wel eens durf te zeggen het is ‘Kotterie Flamand’ . Je kent het wel: elk zijn eigen kot in zijn eigen tuintje volgens eigen inzichten en vermogen.

Dit alles laat ons wel eens grondig verschillen van Nederland waar monitoring, onderzoek en evaluaties vrij snel impact hebben over te volgen lijnen. Niet dat ik dit zomaar toejuich, maar het maakt dat er makkelijker richting en strategie gemaakt kan worden.
Laat me duidelijk zijn, ik ben geen voorstander van te centraal gestuurde inmengingen in hoe het veld bewerkt zou moeten worden. Daar komt protest van (ik refereer aan de boerenstiel). Maar een overeenkomst over duidelijke en niet overdadige doelen en strategieën, gedragen door goede input van onderzoek, is meer dan welkom. Een dienst zoals Canon (de cultuurcel van het Departement Onderwijs) en de cultuureducatieve cel van het Departement Cultuur, zouden dit moeten of kunnen dragen en coördineren.
Als men uiteindelijk ook eens in de nodige middelen – getrainde en praktisch geschoolde mankracht, tijd, ruimte en financiële middelen – wil voorzien, zetten we een stapje in de richting van waar we al jaren naar smachten.
Ik wens het alle visiedenkers toe. . . . . En de boer? Die ploegde voort en probeerde rechte voren te trekken.