Deeltijds kunstonderwijs een klein paradijs
Blog / Tijl Bossuyt / 17-10-2024

We juichen! In Vlaanderen gaan zo’n 206.000 mensen in hun vrije tijd naar formeel deeltijds kunstonderwijs (dko). Een 75% daarvan zijn kinderen en jongeren tussen de 6 en 18 jaar, dat zijn er dus ongeveer een 150.000. De totale schoolgaande populatie in die leeftijdsgroepen is ongeveer 1.200.000 leerlingen. We kunnen dus met enige zekerheid vaststellen dat 12,5 % van alle leerplichtige kinderen en jongeren deelneemt aan de diverse programma’s van het dko (muziek, woord, dans en beeld). Een soort formeel leren over en in de kunsten in de vrije tijd.
Voor de kostprijs hoeven we het niet te laten; een inschrijving in het dko voor jongeren beneden de 18 jaar bedraagt 83 euro voor een jaarcyclus, jongeren van 18 tot 25 jaar betalen 161 euro en volwassenen 379 euro. Er zijn bovendien verlaagde tarieven voor kansengroepen en leen- en huursystemen voor kinderen en jongeren die een instrument willen bespelen. In feite zijn er dus weinig financiële drempels om deel te nemen. Dat menig buitenlander watertandend naar dit systeem kijkt, zal niet verbazen. Het is dan ook een ferm gesubsidieerd landschap met een grote spreidingsgraad over vele steden en gemeenten.
Een rondvraag leert dat sportclubs tussen de 50 à 150 euro jaargeld vragen, met enkel uitschieters naar boven al naar gelang de discipline die men wil beoefenen. Dat er slechts 12,5 % kinderen en jongeren deelnemen, zal dus zeker niet aan het hoge tarief liggen.
Wat wel speelt, is dat het formeel onderwijs is met een volwaardig leerprogramma. Dat vraagt dan ook inspanning; bij muziek ben je al snel twee tot 3uur per week aanwezig op de muziekschool. Dan is er ook nog het oefenen thuis, en waar je het in de beginnende fase nog haalt met een 15 minuten, loopt dat vervolgens systematisch op tot een uur per dag. Voor al die inspanningen kent men ook getuigschriften en diploma’s toe, die evenwel geen enkel civiele waarde hebben. Wil je als jongere doorstromen naar het conservatorium of een academie beeldende kunsten dan wacht een ingangsexamen, het diploma dko kan daar niets aan veranderen.
Toch blijft het bij mij wat wringen dat slechts één op de acht kinderen en jongeren deelnemen. Een vermoeden dat een infiltratie met initiaties in het reguliere lessenrooster van elke leerling zou kunnen helpen, is nooit onderzocht. Toch staan kunst en cultuureducatie (onder diverse andere benamingen) in de diverse leerprogramma’s voor de leerplichtige.
Ik denk dat hier een schone kans ligt – net als die kans er ook is voor sport en lichamelijke opvoeding. Wat meer horizontale integratie tussen vrijetijd en leertijd, zou dat helpen aan motivatie en levensvreugde? Een mooie onderzoeksvraag lijkt mij.
Tijl Bossuyt is auteur en betrokken bij De Veerman, een kunstcollectief in Vlaanderen dat actief is in de kunsteducatie.