Een eeuwigheid sukkelen en zoeken
In het begin van vorige eeuw, tussen twee oorlogen in, begon het ons te dagen.
Alles moet anders, mensen moeten weerbaarder, kritischer zijn, meer maatschappelijk bewust.
Pedagogen van die tijd (kort gezegd de reformpedagogen) wilden creativiteit, expressie en kunst inzetten als middel om dat alles te bereiken. Het duurde tot na de Tweede Wereldoorlog voor men schoorvoetend en met vallen en opstaan probeerde kunst, creativiteit en expressie een ruime en terechte plaats te geven in het onderwijs. Theaters, musea en kunstorganisaties kregen her en der ruimte om dit waar te maken. En ja, met vallen en opstaan. In de jaren 60 tot 80 was de drang groot en de verbeelding moest de toekomst maken. Helaas brachten oliecrisissen in de jaren 70 en 80 ons van dat pad. Onze verbeelding schoot blijkbaar tekort. Alles moest weer rationeler, functioneler.
Maar laten we toegeven: kunst is niet functioneel. Niemand die ooit de nuttigheid kon bewijzen van kunst. Behalve dat het er altijd al geweest is, kunnen we de nuttigheid ervan niet echt hard maken, en elke tijdsperiode gaat anders om met nut. Toch kunnen we het niet laten. We creëren en drukken ons uit in tekens, klanken en bewegingen. Dat moet toch volstaan als opzet.
Vorige week werd ik weer eens gevraagd om in een expertencommissie te zetelen over (jawel) kunst in onderwijs. Niemand kwam veel verder dan te zeggen wat reeds jaren werd gezegd, geschreven en zelfs gezongen: kunst helpt de persoonlijkheid te vormen, het versterkt kritisch denken, de creativiteit en kennis van culturen. Niemand wou dat ook maar in twijfel trekken, zelfs beleidmakers niet, ook al zetten die steevast wiskunde en taal voorop. Dus mochten wij zoeken naar waar de plaats van kunst dan wel moet zijn: naast het vooruitgeschoven taal en wiskunde.
Een eeuwigheid lang zoeken we al naar plaats en doel van kunst in opvoeding en onderwijs. Maar laten we gewoon bekennen: het is én essentie én noodzaak voor denken en handelen van de mensheid. Tijd krijgen om al zoekend naar onszelf, naar betekenis, naar taal en alle mogelijke uitdrukkingsvormen met kunst bezig te zijn is gewoon een noodzaak in het met elkaar omgaan, proberen onszelf, de ander en de wereld te begrijpen. De plaats lijkt me evident, kunst is nummer één de rest van de vakken moet dat ondersteunen.
Een eeuwigheid lang en nog durven we van kunst, creativiteit en expressie geen harde zaak te maken, met duidelijke doelen voor ontwikkeling gekoppeld aan alle andere doelen die we onderwijs meegeven. Telkens weer is het eerst taal en wiskunde en dan kunst terwijl ze meer gemeen hebben dan dat het vreemden voor elkaar zijn.
Een eeuwigheid van sukkelen. Het is een kunst op zichzelf