Emoties op school: vijand of vriend?
Blog / Pieter Baay / 17-04-2025

Welke rol spelen emoties in het leren van nieuwe dingen? Zijn het slechte raadgevers, of kan je als docent beter op de emoties van studenten inspelen? Mbo-praktijkonderzoeker Pieter Baay pleit voor onderwijs mét een hart.
Emoties zijn slechte raadgevers, zo wordt van oudsher gezegd. Lang leve de ratio. Logisch redeneren, kritisch denken en onderzoekend werken. Deze mindset is een warm bad voor mijn wetenschappelijke inborst, maar ook een illusie als we kijken naar het bredere doel van onderwijs. Ik vind de onderwijsdoelen in politiek en onderzoek nogal smal geformuleerd: in voorspelbare, meetbare (kennis)doelen. Maar het prachtige risico van onderwijs is nou net dat elke situatie anders is en dus een vorm van praktische wijsheid vraagt: wat werkt hier en nu? En daarin doet gevoel en intuïtie volop mee!
Het tv-programma Dream School met bokslegende Lucia Rijker en rector Eric van ‘t Zelfde is daarvan een schoolvoorbeeld. Zet een groep pubers bij elkaar die school voortijdig verlieten, daag ze uit in dingen die ze nog niet kunnen, en boem: de emoties komen naar boven. Telkens is er weer een ander die getriggerd wordt: de één door stilte (‘fucking zweverig’), de ander door een vrije opdracht (‘wat wil-ie nou van me?’) en weer een derde door een strenge instructie (‘dat bepaal ik zelf wel!’).
Sommige docenten focussen graag op kennisoverdracht en vinden die emoties maar ruis. In dat beeld zit een smalle opvatting van ‘kennis’: je wilt iets conceptueels overdragen, dat gedijt bij rust. In het beroepsonderwijs is er ook aandacht voor andere vormen van kennis: sociale, materiële, lichamelijke en handelingskennis. Kennis die voorbij de ratio gaat en vraagt om een mix van begrijpen, voelen, doen, ervaren en reflecteren.
De docenten van Dream School begrijpen dat. Zij weten dat de triggers op andere lagen raken, die van de persoon en diens systeem. Afhankelijk van iemands verleden, opvoeding en cultuur komt iets wel of niet binnen. Dus als je als docent iets wilt overbrengen, kan je die emoties maar beter aan boord nemen. Alleen dan kan zo’n leerling zich de kennis van een ander eigen maken. Alleen dan krijg je het in diens ‘systeem’. Zij hoeven dus niet per se te leren hun emoties te veranderen, wij als docenten moeten leren hun emoties bij de lessen te betrekken.
Kunst doet dat ook, het triggeren van ratio én emotie. Het zoekt niet naar eenduidige uitleg, maar naar meerstemmige betekenis. Tijdens een theatervoorstelling giechelen om een seksgrap, ongemakkelijk worden of misschien wel nieuwsgierig – met een groep jongeren gebeurt het allemaal tegelijk. Of het nu gaat om seksuele vorming tijdens de Week van de Lentekriebels in het po, het bezoeken van een theatervoorstelling met je klasgenoten van de middelbare, of het leren van een vak in het mbo/hbo… Kennis landt altijd in een lichaam met eerdere ervaringen, associaties, gevoelens en emoties!
Dus laat de (kunst en cultuur)educatie onze perspectieven vooral blijven oprekken, en laat het onderwijs dat vooral mét een hart blijven vormgeven. Hoe ‘koud’ het politieke klimaat ook is.
Klopt jouw bedoeling van onderwijs?
Doe de zelftest en ontdek of je meer redeneert vanuit het systeem of het hart. Deze test is ontwikkeld in een mbo-project over Pedagogische Onderwijsrituelen, waarmee Onderwijs124 een pedagogisch geluid wil versterken naast het rendementsdenken in onderwijs.
Pieter Baay is praktijkinnovator in het mbo en beweegt graag tussen reflectie en actie. Hij richt zijn sociologische blik op de maatschappelijke kant van het mbo, met speciale interesse voor pedagogische vragen. Samen met kunstenaars en onderzoekers van netwerkorganisatie Onderwijs124 versterkt hij pedagogische praktijkinnovatie in het mbo. Pieter is ook werkzaam voor het Consortium voor Innovatie (CVI).