Blog
13 feb 2025
3 minuten lezen

Mijmering #22

Blog / Dagmar Baars / 13-02-2025

De strijd tussen harmonie en verbeelding

Een dansvoorstelling, gebaseerd op Vivaldi’s De vier jaargetijden, is voor kunstdocent en schrijver Dagmar Baars een meditatieve, bedwelmende ervaring. Maar heeft ze hiermee ook de bedoeling van de makers begrepen? En maakt dat uit?

We zitten op de eerste rij bij de nieuwe dansvoorstelling van choreografen Anne Teresa De Keersmaeker en Radouan Mriziga: Il Cimento dell’Armonia e dell’Invenzione (‘De strijd tussen harmonie en verbeelding’). Het podium is leeg en donker. Het zwart in de ruimte wordt af en toe onderbroken door het knipperen van tl-buizen tegen de achterwand van het podium. Het publiek lijkt er ongemakkelijk van te worden. Je hoort stoelen kraken, mensen zuchten en vooral veel gehoest. Hoesten tijdens voorstellingen kan alleen als je voelt dat het ‘kan’; dit was duidelijk zo’n moment. Een paar stoelen rechts van me zit een jonge vrouw. Ondanks het gebrek aan licht is ze wild in het programmaboekje aan het bladeren. Wat zoekt ze? Houvast? De pauze? Ze heeft er in ieder geval zin in. Dat was me eerder al opgevallen in de foyer, waar ze heupwiegend en met gekruiste armen het boekje stevig tegen zich aan gedrukt hield. Wanneer ik vanaf de eerste rij mijn observaties wil delen met mijn voorstelling-compagnon, blaast de vrouw mij een snijdend “SSSSSSST!” toe. Ze heeft gelijk, maar ik trek toch even mijn wenkbrauwen op. Ik zwijg en kijk naar het podium. Ik heb namelijk géén boekje.

Het fijne aan vooraan zitten bij een dansvoorstelling is dat je de full experience krijgt. Het dreunen van de vloer wanneer de dansers zich een weg over het podium werken, versterkt de visuele ervaring. Het is een stampend stuk met veel ritmische herhalingen. Doordat de muziek regelmatig afwezig is, krijgen de lichaamsgeluiden een belangrijke rol. Voor mij heeft het iets meditatiefs en bedwelmends tegelijk. De vier dansers bewegen zowel samen als alleen op een groot wit vierkant dat, door de elliptische lijnen die eroverheen zijn getapet, iets wegheeft van een gymzaal. Iedere danser beweegt op een andere manier, ook wanneer het in de basis dezelfde bewegingen zijn. Het heeft iets imperfects, iets ongelikts en daardoor ontstaat er ruimte. En precies deze ruimte is de snelweg naar verbeelding. Het verhaal begint wanneer er afwijkingen, vragen of open plekken zijn. Ik laat mijn ogen anderhalf uur lang over het podium slingeren.

Eenmaal terug in de foyer neem ik toch maar even een programmaboekje uit het rek. Ik lees dat de choreografen zich hebben laten inspireren door De vier jaargetijden van componist Antonio Vivaldi. De voorstelling die ik heb gezien, blijkt ‘een choreografische verkenning van patronen, structuren en elementen uit de natuur’. Snap ik en zag ik, denk ik. Maar al verder lezend verschijnen ineens de thema’s ‘klimaatcrisis’ en ‘geopolitiek’ op de beschreven dansvloer. Heb ik het stuk dan zo verkeerd verstaan? Had ik tóch van tevoren het boekje moeten lezen, net als de vrouw op rechts? Ik zoek haar in het kluitje mensen bij de uitgang. Ze hakt het laatste kladje rode wijn naar achteren en vertrekt. Het boekje gaat niet mee, dat ligt zwijgend op tafel. Ik snap het wel. Je kan natuurlijk altijd een poging doen om de kunsten in woorden te begrijpen, maar het dekt nooit helemaal de lading.

Dagmar Baars treedt al bijna tien jaar op als ‘bemiddelaar’ tussen kunst en beschouwer. Dat doet ze als docent aan Hogeschool de Kempel en Fontys Academie voor Beeldende Vorming – én met haar eigen onderneming EindBaars Producties.