14 mei 2026
4 minuten lezen

Mijmering #28: Wat kunnen volwassenen van jonge kinderen leren?

Blog / Dagmar Baars / 14-05-2026

De nieuwsgierigheid van jonge kinderen is voor Dagmar Baars een waardevolle bron van plezier en motivatie in haar werk als opleidingsdocent. Maar hoe maak je docenten in opleiding net zo nieuwsgierig? Daar worstelt ze nog mee, in haar laatste mijmering.

Werken met jonge kinderen brengt me terug naar wat ik belangrijk vind. Niet alleen binnen de kunsten, maar ook in het onderwijs. Wat doet er nu eigenlijk echt toe, binnen en buiten de muren van een school? Als we school zien als een speelplaats voor de echte wereld, wat moet er dan in het rugzakje van schoolverlaters blijven zitten?

Die vragen neem ik mee naar mijn praktijk als docent aan de pabo en de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving. Plekken waar toekomstige leerkrachten en docenten nadenken over de inhoud van onderwijs. Toch blijft het voor mij een terugkerende worsteling om een brug te slaan tussen wat ik ophaal uit het werken met jonge kinderen en de belevingswereld van studenten.

Op de pabo, bijvoorbeeld, werken we in het tweede jaar met beeldende vorming aan een module over kleuters. In de voorbereiding daarvan zocht ik naar een theoretische onderbouwing voor wat ik wekelijks zie in groep 1 en 2. Ik hoopte dat goede bronnen zouden helpen om die brug te slaan – om studenten, die vaak nog weinig ervaring en affiniteit hebben met jonge kinderen, anders te laten kijken. Om hun blik te kantelen en het werken met kleuters wat meer gewicht te geven. 

Door die nadruk op theorie ben ik steeds meer op een pad beland waar ruimte voor zijpaadjes ontbreekt. Het blijft bij begrijpen en verklaren. Maar het werken met kleuters laat mij ook iets heel anders zien. Namelijk: de eindeloze waarom-vragen, het vermogen om buiten aannames te denken, het onbevangen onderzoeken van de wereld. Als volwassenen verklaren we dit moeiteloos vanuit de ontwikkelingspsychologie, maar in de praktijk ruilen we deze kwaliteiten vaak in voor efficiëntie, controle en ander ‘volwassen gedrag’.

En dat is precies de spanning die ik ook in mijn lessen ervaar. Theorie helpt om te begrijpen, maar kan ook iets dichtzetten wat juist open had mogen blijven. Waar kleuters ruimte laten voor verwondering, zoeken wij volwassenen naar houvast. Waar zij verbinden door te vragen, zijn wij geneigd te oordelen of te structureren. Waar kleuters fouten maken nog zien als onderdeel van ontdekken, proberen wij dat zo veel mogelijk te vermijden. 

Misschien vertellen we studenten nog te weinig over de kracht van het stilstaan bij ogenschijnlijk kleine dingen, zoals jonge kinderen dat doen. Bij de damp van je koffie. De verwondering over een vlieg die de hele winter in huis blijft. Het eindeloos woelen in het zand. Met je haren zwiepen. Of je slipper van driehoog naar beneden gooien. Niet omdat het nuttig is, maar omdat het leuk is. Omdat je nieuwsgierig bent.

De kracht van een kleuter zit in het vermogen om te spelen, te onderzoeken, te herhalen – zonder directe bedoeling. En het is niet dat we dat als volwassenen niet meer kunnen, maar we schatten het denk ik te weinig op waarde. Het gedrag van een kleuter ligt al snel op het plankje ‘4 tot 6 jaar’. Terwijl het ook voor een volwassene waardevol kan zijn om ruimte te laten voor het niet-weten. Om vragen te stellen zonder meteen een antwoord te zoeken. Om te verbinden zonder oordeel.

Misschien is dat precies wat ik in het werken met studenten steeds opnieuw probeer vast te houden: het gedrag van het jonge kind niet enkel verklaren binnen de context van theorie, maar vooral beseffen hoe we dit gedrag ook ergens in onszelf moeten behouden. Alleen mis ik nog de tools om dat echt te laten landen.

Dagmar Baars treedt al bijna tien jaar op als ‘bemiddelaar’ tussen kunst en beschouwer. Dat doet ze als docent aan Hogeschool de Kempel en Fontys Academie voor Beeldende Vorming – én met haar eigen onderneming EindBaars Producties.