Praktijkonderzoek tegen schoolverzuim op het mbo laat zien dat studenten echt gezien willen worden
Auteurs: Lotte van den Hoogen & Angeline Klinkenberg | Fotografie: Lotte van den Hoogen

Praktijkonderzoek tegen schoolverzuim op het mbo laat zien dat studenten echt gezien willen worden
Auteurs: Lotte van den Hoogen & Angeline Klinkenberg | Fotografie: Lotte van den Hoogen

Studenten die zich verbonden voelen met hun school, verzuimen minder. Maar wanneer voelen studenten zich gezien, gehoord en onderdeel van een groter geheel? Hoe wordt school méér dan een functioneel leergebouw? Dat onderzochten drie alumni van de master Kunsteducatie van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Zij maakten zines met studenten en medewerkers van creatief mbo Nimeto.
‘Ik wil een leuke tijd hebben’
Het is een terugkerende zorg in het onderwijs: studenten die langdurig verzuimen. In plaats van te zoeken naar oplossingen voor verzuim, draaiden wij de blik om. Niet: waarom haken studenten af, maar: wat maakt dat ze blijven? Dat onderzochten we door middel van praktijkonderzoek bij de opleiding Styling, Interieur en Vormgeving van creatief mbo Nimeto.
“Uiteindelijk wil ik niet alleen mijn diploma halen”, zei een student tijdens een van de eerste focusgroepsessies. “Ik wil ook gewoon een leuke tijd hebben hier.” Die uitspraak bleef hangen. Niet omdat ze uitzonderlijk is, maar omdat ze zo zelden hardop wordt uitgesproken. Vooral in een onderwijsomgeving waar het vaak gaat over cijfers, aanwezigheid en studievoortgang. Terwijl studenten vooral willen voelen dat ze ertoe doen als individu.
In onderzoeksliteratuur wordt dit gevoel vaak schoolbinding genoemd: het idee dat je ergens bij hoort, gezien wordt en van betekenis bent binnen je school. Een sterk gevoel van binding met hun school zorgt ervoor dat studenten meer gemotiveerd zijn, beter presteren en minder vaak verzuimen (Goodenow, 1993; Korpershoek, 2020). Om te begrijpen hoe en wanneer studenten schoolbinding ervaren, lieten we studenten hun ervaringen verbeelden en onderzoeken door middel van kunst.
Samen zines maken
Tijdens een workshop maakten studenten zines: zelfgemaakte mini-magazines die door middel van collage, tekst en tekeningen een verhaal vertellen. Dit medium komt oorspronkelijk uit de DIY- en punkcultuur en staat bekend om zijn open en toegankelijke karakter: je hoeft geen kunstenaar te zijn om een zine te maken.
We vroegen studenten zines te maken over hun eigen leven: wat houdt hen bezig, waar denken ze over na? Tegelijkertijd maakten docenten en andere schoolmedewerkers ook een zine over hun eigen zestienjarige zelf. Ze bladerden door magazines en boeken, knipten woorden uit en plakten herinneringen en gedachten bij elkaar. Sommigen werkten geconcentreerd in stilte, anderen wisselden ideeën uit of lachten om gevonden afbeeldingen. Het resultaat waren tafels vol persoonlijke verhalen en herinneringen.
Vervolgens gingen studenten en docenten in kleine groepjes met elkaar in gesprek over de zines. Studenten vertelden over zorgen of twijfels en docenten deelden herinneringen uit hun eigen jeugd. Er werd gelachen maar ook serieus geluisterd. Een docent had bijvoorbeeld een zine gemaakt met kleine illustraties uit zijn eigen studententijd. Tussen tekeningen van wilde avonden, studiestress en zijn eerste studentenkamer vertelde hij ook over het verlies van een goede vriend in die periode. Het werd stil aan tafel. Studenten luisterden aandachtig en stelden vragen.
Een student zei later dat het gesprek ervoor zorgde dat ze makkelijker op een docent durfde af te stappen. Een ander vertelde: “Ik had niet verwacht dat docenten zoveel van zichzelf zouden delen.” De deelmomenten verrasten ons ook. Binnen slechts een kwartier kwamen ervaringen naar boven die in een gewone interviewsetting waarschijnlijk minder snel waren gedeeld. Voor één keer niet een gesprek over cijfers of opdrachten, maar over ervaringen.

Schoolbinding
Tijdens een ander gesprek, in een focusgroep, vertelde een student: “Toen mijn werk op de open dag hing voelde ik me echt trots.” Het lijkt misschien een klein detail, maar voor veel studenten betekent het veel om hun werk terug te zien in de schoolomgeving. Het laat zien dat hun werk ertoe doet en dat zijzelf dus meetellen binnen de school.
Het gevoel dat je een emotionele band krijgt met een fysieke plek wordt ook wel ‘place attachment’ genoemd (Altman & Low, 1992). Wanneer studenten hun eigen werk of dat van andere opleidingen terugzien in hun dagelijkse leeromgeving, kan de school voelen als méér dan een functionele leslocatie. Dit zagen we toen we de gemaakte zines enkele maanden tentoonstelden in het schoolgebouw. Verschillende studenten benoemden hoe het zien van hun eigen werk in de ruimte, zorgde voor een diepere band met deze plek.
Tijdens de workshops zagen we nog iets anders gebeuren. Studenten bewegen zich op school vaak binnen hun eigen klas of vriendengroep. Maar in de zine-workshop kwamen studenten, docenten en medewerkers uit verschillende klassen en afdelingen met elkaar in gesprek. Dat zorgde voor nieuwe ontmoetingen. Een student vertelde na afloop dat het voelde alsof school even niet alleen een lesplek was, maar een plek waar je ook gewoon met elkaar kon praten en maken.
In sociaal onderzoek wordt dat soort verbinding beschreven als ‘bridging social capital’, waarbij relaties ontstaan tussen mensen die elkaar normaal gesproken niet vanzelf tegenkomen (Putnam, 2000). Zulke bridging-ontmoetingen kunnen bijdragen aan een sterker gevoel van binding met de school. De zine-workshop bleek daar onverwacht goed in te werken. Studenten en docenten die elkaar normaal niet spraken, deelden nu herkenning, nieuwsgierigheid en uitwisseling.
…
Lees het hele artikel in KZ02/2026.
Dit artikel is geschreven door alumni van de Master Kunsteducatie van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten: Lotte van den Hoogen en Angeline Klinkenberg. Hun onderzoek deden ze samen met mede-masterstudent Lisa Dammiaans.
Bronnen