Van Meir naar Manhattan

De Canon van Rop

Auteur: Jeroen Rop | Afbeelding: Bankgebouw Algemeene Bankvereeniging, Jan Vanhoenacker, Jos Smolderen en Emiel Van Averbeke, 1930. Fotograaf onbekend 

Het passeren van de grens richting België is voor mij elke keer een intrigerend moment. Met de constatering dat de omgeving er opeens anders uitziet, doe ik het fenomeen tekort. Natuurlijk: elk land heeft zijn eigen onderscheidende uiterlijke kenmerken, maar ik geloof niet dat ik ergens anders zo’n abrupte en daarmee toverachtige transitie ervaar als wanneer ik bijvoorbeeld naar Antwerpen rijd. Alsof een geheimzinnige kracht even een bladzijde in het landschap omslaat. De magie schuilt naar mijn gevoel grotendeels in de Belgische – voornamelijk Vlaamse -architecturale ruimte. Waar in Nederland snel na de Tweede Wereldoorlog bestemmingsplannen op gemeentelijk niveau redelijk analoog liepen aan ideeën van de rijksoverheid, beleefde Vlaanderen lange tijd volstrekte willekeur en wildgroei op het punt van ruimtelijke ordening. Waarschijnlijk om die reden omschreef stedenbouwkundige Renaat Braem al in 1968 België als ‘het lelijkste land ter wereld’. Ugly Belgian Houses, een Instagramproject van Hannes Coudenys borduurt daar ongenadig, tegelijk sympathiek en vermakelijk op voort.

Nu we toch in gedachten naar Antwerpen zijn gereden, lopen we wat mij betreft even over de Meir richting de Schoenmarkt. Voor ons doemt het huidige KBC-bankgebouw op. Jarenlang beschouwde ik deze bijna honderd meter hoge kolos ook als lelijk. Lomp en massief. Misplaatst zelfs. Want wie het had aangedurfd om niet ver van de prachtige Onze-Lieve-Vrouwekathedraal zo’n rare afgeknotte toren te plaatsen kon naar mijn idee toch niet goed bij zinnen zijn.

Sukkel. Natuurlijk heb ik er al die tijd niet goed naar gekeken. Het gebouw, opgetrokken uit een stalen skelet bekleed met een stenen vliesgevel – destijds de hoogste wolkenkrabber van Europa – is veel leuker dan ik dacht. Het heeft niets te maken met naoorlogse willekeur of wildgroei, we spreken over een ontwerp uit 1928. Hier is zorgvuldig over nagedacht. Boven de imposante zwart granieten ingang staan acht bronzen kariatiden die de blik verder omhoogvoeren langs een plezierig ogend getrapt lijnenspel bomvol ornamenten. Deze toren van architecten Van Averbeke, Vanhoenacker en Smolderen ademt in alles art deco. Aardig is de gelijkenis met de zo typisch New Yorkse hoogbouw uit dezelfde stijlperiode. Het Chrysler Building en het Empire State Building werden nagenoeg gelijktijdig met dit bankgebouw opgeleverd, en als ik vluchtig naar deze oude foto kijk zou ik de Meir zo aanzien voor Manhattan. Ik ervaar daarin alweer zo’n wonderlijke transitie, hoewel nu in mijn fantasie. New York in een flits, het kan in Antwerpen. Moeten ze wel even die lelijke nieuwbouw eromheen afbreken.

Twee en ondeelbaar Schildersland Groningen op inspiratiereis naar Vlaanderen Weerwerk Sander van Dorst