Beeldend
31 jul 2026
7 minuten lezen

De klas is divers, de canon niet: representatie in kunstonderwijs is geen extraatje

Auteur: Deniz Demir | Beeld: Kaplumbağa Terbiyecisi (1906) olieverf op canvas 221,5 x 120 cm Osman Hamdi Bey Pera Müzesi Istanbul Wikimedia Commons PD

Deze zomer leent Kunstzone haar pen uit aan vijf studenten van Docent Beeldende Kunst en Vormgeving (deeltijd en zij-instroom, WdKA). Zij reflecteren in kritische essays op het kunstonderwijs van vandaag en morgen. Deniz Demir pleit voor een structurele verandering in het curriculum. De westerse kunstcanon doet geen recht aan de diversiteit van haar leerlingen, noch aan de complexe wereld waarin zij opgroeien.

Diversiteit in kunsteducatie
Tijdens een van mijn lessen liet ik mijn leerlingen werken zien van Rembrandt en Leonardo Da Vinci. Terwijl ik vertelde over compositie, lichtgebruik en perspectief, bleef het opvallend stil in de klas. Pas toen ik werk liet zien van Matrakçı Nasuh en Osman Hamdi Bey en daarbij een stukje geschiedenis vertelde, veranderde er iets. Leerlingen begonnen vragen te stellen, reageerden betrokken en er ontstond een gesprek. Op dat moment werd zichtbaar wat daarvoor onuitgesproken aanwezig was.

In een samenleving die steeds vaker wordt omschreven als superdivers, en waarin culturele diversiteit de norm is geworden, wordt van het onderwijs verwacht dat het bijdraagt aan burgerschapsvorming en deelname aan de samenleving (Inspectie van het Onderwijs, 2024). Binnen die context kan ook kunstonderwijs een belangrijke rol spelen. Het stimuleert leerlingen om zich te verhouden tot de wereld, om perspectieven te verkennen en om betekenis te geven aan zichzelf en anderen. Kunst biedt ruimte voor verbeelding en draagt bij aan het ontwikkelen van reflectief vermogen (Van der Hoeven et al., 2014).

Maar in hoeverre kan kunstonderwijs die rol vervullen, wanneer het curriculum nog grotendeels gebaseerd is op een westerse kunstcanon? Als kunstonderwijs bedoeld is om leerlingen te laten reflecteren op zichzelf en de wereld, waarom wordt die wereld dan slechts gedeeltelijk gerepresenteerd?

Kunstonderwijs en burgerschapsvorming
Tijdens mijn les over geometrische patronen in de islamitische architectuur ontstond er spontaan een gesprek tussen twee leerlingen. Een leerling verwees naar een fontein bij de Hassan II-moskee in Casablanca: “Je weet toch, die fontein bij de moskee, daar zie je deze vorm ook.” Waarop een andere leerling reageerde: “Ja, deze hebben wij ook in Egypte.”

Op dat moment gebeurde er meer dan alleen een uitwisseling over vorm en patroon. Leerlingen herkenden niet alleen de visuele kenmerken, maar ook elkaars culturele referenties. Er ontstond verbinding, herkenning en een gedeelde taal.

Wanneer deze herkenning ontbreekt, blijft het gesprek vaak oppervlakkig en voelt kunst voor veel leerlingen als iets dat losstaat van hun eigen leven. Representatie binnen het kunstonderwijs is niet alleen van belang voor inclusiviteit, maar draagt ook bij aan betekenisvolle deelname aan het leerproces (Van der Hoeven et al., 2014; SLO, 2010).

De canon als normatief kader
Het kunstonderwijs is in grote mate gebaseerd op een canon: een selectie van kunstenaars, stromingen en werken die als belangrijk en representatief worden beschouwd. Deze canon biedt houvast, maar is niet neutraal. Zij is historisch gegroeid en hangt samen met bredere culturele en maatschappelijke machtsverhoudingen (Van den Bulk, 2018). Daardoor is het perspectief binnen de canon grotendeels westers. Kunstvormen uit andere tradities krijgen minder structurele aandacht. 

Dit merk ik bijvoorbeeld wanneer ik leerlingen vraag om voorbeelden van kunst te noemen. Vaak noemen zij alleen namen die zij kennen uit het onderwijs of (sociale) media, en zelden kunstvormen vanuit niet-westerse culturen. Niet omdat die er niet zijn, maar omdat zij die nooit als ‘kunst’ hebben leren herkennen binnen de schoolcontext.

Diversiteit in theorie, homogeniteit in praktijk
Diversiteit blijkt in de praktijk vaak een toevoeging, in plaats van een uitgangspunt van het curriculum. De onderliggende structuur blijft onveranderd, de norm blijft impliciet westers. 

Toen ik afweek van het standaardprogramma en een les rondom islamitische kunst gaf, zag ik direct een verschil. Leerlingen stelden andere vragen, deelden ervaringen over moskeeën die zij hadden bezocht, en herkenden patronen uit hun eigen leefomgeving; bijvoorbeeld in tapijten of architectuur. Wat normaal gesproken als vanzelfsprekend blijft, werd ineens zichtbaar en bespreekbaar.

Dit soort gesprekken ontstaan vaak niet vanzelf binnen een traditioneel curriculum. Ze vragen om bewuste keuzes van de docent, keuzes die verder gaan dan het volgen van bestaande lesmethodes.

Dit roept de vraag op in hoeverre docenten tijdens hun opleiding worden voorbereid op het werken met een divers kunstcurriculum. In hoeverre worden zij gestimuleerd om voorbij vaste kaders te denken en verschillende kunsttradities en perspectieven te integreren in hun lessen? En welke ruimte ervaren zij in de praktijk om hierin daadwerkelijk eigen keuzes te maken?

Herkenning als voorwaarde voor betekenisvol leren
Cultuuronderwijs draait om betekenisgeving (Van der Hoeven et al., 2014). Leerlingen leren zichzelf en de wereld begrijpen door middel van kunst.

In mijn lessen zie ik hoe krachtig herkenning hierin is. Wanneer leerlingen werken met islamitische kunsttradities, zie ik een duidelijke verandering. Leerlingen die normaal afwachtend zijn, nemen initiatief. Ze experimenteren, helpen elkaar en vertellen over hun eigen referenties.

Ook in een alfabetopdracht, waarin leerlingen zelf een schrift kozen; zoals Arabisch, Latijn, hiërogliefen, oud-Turks of Tamazight, ontstond een andere dynamiek. Door te werken met letters en woorden die voor hen betekenis hebben, gingen leerlingen niet alleen uitvoeren, maar ook delen: verhalen, herinneringen en betekenissen. Dit laat zien dat representatie niet alleen gaat over inclusiviteit, maar ook over de kwaliteit van leren.

Een gemiste kans voor burgerschapsvorming
Wanneer kunstonderwijs vasthoudt aan een eenzijdige canon, loopt het risico om zijn eigen doelstellingen te ondermijnen. Binnen burgerschapsonderwijs wordt juist benadrukt dat leerlingen leren omgaan met verschillende perspectieven en opvattingen (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2025). Als die perspectieven niet zichtbaar zijn in het curriculum, blijft burgerschap abstract.

In gesprekken met leerlingen merk ik dat zij zich pas echt uitspreken wanneer zij zich herkennen in het onderwerp. Pas dan ontstaat er ruimte voor dialoog, voor verschil en voor begrip.

Dit vraagt om een andere benadering van het kunstonderwijs. Niet als een vaststaand geheel, maar als een dynamisch veld waarin meerdere perspectieven naast elkaar bestaan.

Kunstonderwijs heeft de potentie om een krachtige bijdrage te leveren aan burgerschapsvorming. Maar die potentie kan alleen worden benut wanneer het onderwijs werkelijk inclusief is in wat het laat zien en waardeert. Zolang de klas divers is, maar de canon dat niet is, blijft kunstonderwijs spreken vanuit één perspectief.

En daarmee blijft een belangrijke vraag staan: Kunnen we spreken van inclusief onderwijs, wanneer grote delen van wereldkunst structureel ontbreken?

Bronnen

  • Inspectie van het Onderwijs. (2024). De Staat van het Onderwijs 2024. Inspectie van het Onderwijs.
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2025). Startnotitie kerndoelen kunst en cultuur. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  • SLO. (2010). Culturele diversiteit binnen de kunstvakken. Enschede: SLO.
  • Van den Bulk, L. (2018). Etnisch-culturele diversiteit in het kunstonderwijs. Utrecht: LKCA (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst).
  • Van der Hoeven, M., Sluijsmans, L., Van de Vorle, R., & Van Heusden, B. (2014). Cultuur in de spiegel: een leerplankader voor cultuuronderwijs. Enschede: SLO.

Deniz Demir is docent Beeldende Kunst en Vormgeving en studeert aan de Willem de Kooning Academie. In haar werk en onderwijspraktijk richt zij zich op de relatie tussen kunst, identiteit en cultuur. Vanuit een interesse in geometrie in islamitische architectuur onderzoekt zij hoe kunstonderwijs kan bijdragen aan herkenning, betekenisgeving en burgerschapsvorming in een diverse samenleving.