Algemeen
2 aug 2026
5 minuten lezen

Van uitzondering naar regel: inclusiviteit en neurodiversiteit in kunstdocentenopleidingen

Auteurs: Eva Huisman & Cleo de Vlugt | Illustratie: Roland Conté

Hoe ondersteun je als kunstdocent leerlingen met verschillende leerbehoeftes? Waarom haken niet alle leerlingen aan? En hoe bereidt een kunstdocentenopleiding haar studenten voor op een neurodiverse praktijk? Drie kunstdocenten hebben hun masteronderzoek aan deze vragen gewijd. Ontdek welke kennis en didactische handvatten nodig zijn om inclusief lesgeven te versterken.

Inclusief onderwijs
Scholen zijn wettelijk verplicht om inclusief onderwijs te bieden. Maar hoe vertaal je dat naar de praktijk, en welke rol speelt neurodiversiteit hierbij? Daarover biedt Nederlands onderzoek nog weinig houvast. Docenten en onderwijsprofessionals hebben lang niet altijd de kennis of tools beschikbaar die ze nodig hebben. Onderzoekers waarschuwen dat dit kan bijdragen aan lage verwachtingen, stigmatisering en uitval van sommige leerlingen.

Juist in het kunstonderwijs voelt dat als een gemiste kans. Want waar, als niet hier, zou er ruimte kunnen zijn voor verbeelding, eigenheid en alternatieve manieren van denken en kijken? Kunst heeft het potentieel om creatieve talenten tot bloei te brengen en bij te dragen aan het sociaal en psychologisch welzijn van leerlingen. Tegen deze achtergrond voerden wij – Cleo de Vlugt, Indra Kartodirdjo en Eva Huisman – een praktijkgericht onderzoek uit binnen een kunstdocentenopleiding in Amsterdam.

Medische of sociale inclusie?
Bij het bestuderen van wetenschappelijke artikelen over neurodiversiteit en inclusie stuitten we op een tweedeling die aan veel theorieën ten grondslag ligt. De Nederlandse onderwijskundigen Laura Batstra en Ernst Thoutenhoofd onderschrijven twee benaderingen van inclusie: het medische (individuele) model en het sociale model (2023). Het medische model vraagt aanpassing van de leerling; het sociale model vraagt aanpassing van de school. Zij stellen dat het huidige onderwijs nog erg gericht is op het medische model en dat een verschuiving naar het sociale model van inclusie noodzakelijk is voor écht inclusief onderwijs.

Uit het literatuuronderzoek kwamen daarnaast diverse strategieën naar voren. Universal Design for Learning (UDL) biedt richtlijnen om diversiteit vanaf het begin mee te nemen in lesontwerp, in plaats van achteraf aanpassingen te doen. En Thomas Armstrong beschrijft in zijn boek Neurodiversity in the Classroom (2012) hoe je met ‘strength-based strategies’ een positieve leeromgeving kunt creëren door uit te gaan van talenten in plaats van beperkingen.

Het viel ons op dat veel van de informatie in het Engels is en dat er weinig concrete, direct te implementeren tools beschikbaar zijn voor Nederlandse docenten. Dat riep bij ons de vraag op in hoeverre dergelijke strategieën al zijn opgenomen in het curriculum van Nederlandse kunstdocentenopleidingen.

Praktijkonderzoek
Om deze vraag te beantwoorden voerden wij een kwalitatieve casestudy uit binnen één kunstdocentenopleiding. Studenten en docenten werden bevraagd over hun kennis van neurodiversiteit, hun ervaringen in het curriculum en hun behoefte aan verandering. Daarnaast hebben we programmabeschrijvingen en opdrachten van de vakken

onderwijskunde en vakdidactiek geanalyseerd op de vraag of het thema neurodiversiteit er (indirect) in voorkwam en hoe het behandeld werd.

Uit de documentanalyse en de gesprekken blijkt dat er binnen de opleiding zichtbaar aandacht is voor neurodiversiteit, al verschilt de invulling en bewoording per vak en docent. Verschillende vormen van neurodivergentie worden besproken, maar de benadering varieert: waar sommige lessen de kwaliteiten en krachten van neurodivergentie belichten, blijven andere beperkt tot basiskenmerken of stereotiepe informatie.

Studenten geven aan behoefte te hebben aan meer theoretische verdieping, nuance en koppeling aan de stage. Ook docenten willen hun kennis vergroten en vaker het gesprek aangaan met collega’s. Toch blijft structurele afstemming lastig: de werkdruk is hoog en de tijd en ruimte in het curriculum zijn beperkt. Maar we zagen dat er binnen de opleiding wel degelijk ruimte is voor dialoog en het delen van persoonlijke ervaringen. Studenten brengen hun eigen observaties en ervaringen met neurodiversiteit in, waardoor het onderwerp tastbaar en concreet wordt. Dat is een waardevolle kwaliteit die niet onopgemerkt mag blijven.

 

“Zonder vaste plek in het curriculum blijft aandacht voor neurodiversiteit afhankelijk van individuele betrokkenheid.”

 

Een neurodivers curriculum
Ons onderzoek laat zien dat de intentie om neurodiversiteit op een inclusieve manier te behandelen binnen de opleiding aanwezig is, maar dat samenhang, verdieping en een gedeelde visie ontbreken.

Zonder vaste plek in het curriculum blijft aandacht voor neurodiversiteit afhankelijk van individuele betrokkenheid. Daarom zijn concrete handvatten en richtlijnen voor het onderwijs, waarbij neurodiversiteit als uitgangspunt wordt genomen, noodzakelijk om toekomstige kunstdocenten beter voor te bereiden op een diverse onderwijspraktijk. Er ligt hier dus nog een belangrijke taak voor onderzoekers, overheden en onderwijsontwikkelaars om deze richtlijnen vorm te geven. 

Tot die tijd is het aan ons, kunstdocenten en docentenopleiders, om het voortouw te nemen. Deel kennis over neurodivergentie met elkaar, blijf jezelf verdiepen en breng wat je leert terug naar je collega’s en vakgenoten. Want samen kunnen we het onderwerp in beweging houden!

Dit artikel stond in KZ02/2026.

Bronnen 

  • Armstrong, T. (2012). Neurodiversity in the Classroom: Strength-Based Strategies to Help Students with Special Needs Succeed in School and Life. ASCD.
  • Batstra, L., & Thoutenhoofd, E. D. (2023). Van kinderen naar leerkrachten met speciale onderwijsbehoeften. Pedagogische Studiën, 100(1), 125–136.
  • CAST. (2024). CAST Universal Design for Learning Guidelines version 3.0. Geraadpleegd op 30 juli 2026.\

Cleo de Vlugt is kunstdocent, werkplekbegeleider en kunsteducator. Zij verbindt kunst met maatschappelijke thema’s als culturele diversiteit, neurodiversiteit en inclusie, en onderzoekt hoe kunsteducatie ruimte kan scheppen voor onderbelichte perspectieven.

Eva Huisman is muziekdocent en dirigent. Tijdens de master Kunsteducatie (AHK) verdiepte zij zich in neuro-inclusieve onderwijsstrategieën en muziek in de zorg. In haar werk streeft Eva ernaar kunst(onderwijs) toegankelijk en inspirerend te maken voor zowel docenten als leerlingen