Vleeslap van textiel: maatschappelijk betrokken maakopdrachten voor studenten DBKV
Auteur: Floris de Jonge | Beeld: Vleesje (2025) van student Tessel Verhoeven Foto Floris de Jonge

Vleeslap van textiel: maatschappelijk betrokken maakopdrachten voor studenten DBKV
Auteur: Floris de Jonge | Beeld: Vleesje (2025) van student Tessel Verhoeven Foto Floris de Jonge

We kampen met overbevolking, voedselschaarste, klimaatverandering en oorlogsdreiging. Moeten kunstvakdocenten de barricade op? Bij de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving van NHL Stenden onderzoeken studenten het makerschap vanuit hun eigen maatschappelijke betrokkenheid.
Maakopdrachten
In Atelier Heden (2020-22), Atelier Engagement (2022-25) en Atelier Contemporary Crafts (2025-26) onderzoeken tweedejaars studenten maatschappelijke thema’s en verbeelden zij deze. Ze krijgen binnen deze ateliers de opdracht om iets te maken over een onderwerp dat hen aan het hart gaat. Zoals waar ze boos over zijn of zich zorgen over maken, of om de aandacht te vestigen op iets wat volgens hen onvoldoende krijgt.
Zo ondervinden de studenten hoe je als beeldmaker kunt reageren op situaties of ontwikkelingen in de samenleving en welke invloed je daarop kunt uitoefenen. En het levert beeldend werk op over zeespiegelstijging, klimaatverandering, prestatiedruk, mentaal welzijn en de verdeling van welvaart.
Maatschappelijke thema’s
Een typerend voorbeeld van het verbeelden van maatschappelijke thema’s is het werk Vleesje (2025) van Tessel Verhoeven. Zij wilde mensen bewust maken van de herkomst van voedsel en als vegetariër de vleesindustrie aan de kaak stellen door een grote vleeslap van textiel te maken. De vormgeving verwijst daarbij naar de wijze waarop vlees uit de winkel op geen enkele manier meer verwijst naar het dier.
Een ander voorbeeld is de video-installatie Lemuria (2022) van Maike Kalmeijer, Evie Meij en Vera van de Wetering. Naar aanleiding van onderwerpen als zeespiegelstijging en klimaatverandering werd het publiek door beeldprojecties en geluid ondergedompeld in de rustgevende kwaliteit én de dreigende kracht van water. Naast een video-installatie werd een audio-rondleiding met uitleg gemaakt langs verwante plaatsen en standbeelden in Leeuwarden.
Samenwerken met partners
In de ateliers worden de vraagstukken aangereikt of gevoed door projectpartners: organisaties in het werkveld waarvoor of waarmee studenten artistiek werk of educatieve ontwerpen maken. Zo werd voor Atelier Heden intensief samengewerkt met Tûmba, het kenniscentrum voor discriminatie en diversiteit in Fryslân, die onderzoek naar thema’s als racisme ondersteunde.
Het netwerk van SPARK the Movement van Vereniging Circulair Friesland fungeerde als context voor het verbeelden van circulaire initiatieven tijdens Atelier Engagement. Deze werken werden gepresenteerd tijdens de Week van de Circulaire Economie 2025 en in de Cycle-Up HUB in Leeuwarden. In hetzelfde atelier werd als kunsteducatieve opdracht een gezamenlijke interactieve video-installatie en nagesprek ontwikkeld over maatschappelijke druk als didactische werkvorm. Dit werd gedaan voor een groep studenten van het mbo vanuit het thema interlevensbeschouwelijke persoonsvorming, in samenwerking met Firda (een grote mbo-onderwijsinstelling in Friesland en Noord-Flevoland).
Door de samenwerking met deze partners verdiepen studenten zich in actuele maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelen zij producten die voor de beroepspraktijk relevant zijn. De verwachtingen en randvoorwaarden van deze partners en het eigen leerproces en voorkeuren van de studenten stonden daarbij soms op gespannen voet, wat de organisatie en begeleiding van deze ateliers complex maakte.
Begeleiding van studenten
Heldere afspraken en flexibel inspelen op wat zich voordoet zijn daarom essentieel. Als begeleiders is het voortdurend aanvoelen of afstemmen wanneer ‘richten’ (het aanreiken van vervolgstappen) of ‘empoweren’ (het stimuleren van zelfstandigheid en eigenaarschap) de juiste didactische strategie is (Khaled & Mazereeuw, 2022).
Daarnaast houden de begeleiders rekening met de verschillende manieren waarop studenten hun maatschappelijke betrokkenheid vormgeven. Niet iedere student wil de barricaden op of het onrecht van de daken schreeuwen. Daarin spelen de eerdere ervaringen met het onderwerp (“Ik heb al duurzaamheid gehad in mijn vooropleiding”), hun persoonlijke betrokkenheid (“Ik heb nu wel iets anders aan mijn hoofd”) en de keuze voor een toon (“Ik ben niet zo van het protest”) een rol.
Deze variatie in maatschappelijke betrokkenheid vraagt soms om een aanpassing van de opdracht of de vorm van begeleiding. Dat kan door te beginnen bij iets concreets, zoals bio-based of circulaire materialen, waardoor de boodschap voortkomt uit de materiaalkeuze. Er is daarnaast ruimte in de ateliers voor een onderzoekende benadering of humoristische insteek om publiek bewust te maken of aan het denken te zetten.
Het is namelijk niet per se nodig om stenen te gooien naar wat je niet zint. Je kunt anderen ook oproepen om liever voor elkaar te zijn of beter om te gaan met wat we hebben. Op deze manier willen we kunstdocenten opleiden om met verbeeldingskracht actief vorm te geven aan de wereld.
Dit artikel stond in KZ01/2026.
Floris de Jonge is docentonderzoeker bij de opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving van NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden.
Bronnen
Khaled, A. & Mazereeuw, M. (Reds.). (2022). Begeleiden van wendbaar vakmanschap in hybride leerwerkomgevingen in het mbo. Hogeschool Utrecht.