Van Gerwen denkt door

Wat kan er beter aan de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)?

Auteur: Dr. Rob van Gerwen | Illustratie: Lennie Steenbeek

Platforms moeten zich fatsoenlijk gedragen. Dat verwachten we van alle dienstverlening.

De AVG beschermt onze gegevens tegen misbruik – zoals diefstal en verkoop – door instanties en internetbedrijven. Gegevensbescherming is echter een dubbelzinnige term. Enerzijds gaat het om de informatie waarmee je mensen kunt identificeren en localiseren, gegevens die in het paspoort staan, in archieven van de gemeente, bekend zijn bij de belastingen of bij zorgverleners. Dat die gegevens uitsluitend voor die instanties bedoeld zijn, lijkt mij evident.

We moeten ook beschermd worden tegen de roof van onze zogenaamde gebruiksgegevens, sporen die mensen achterlaten als ze internet gebruiken en de apps op hun telefoons — hoewel ze dat niet bewust doen. Gebruikersgegevens gaan over ons. Gebruiksgegevens doen dat niet, die komen alleen bij ons vandaan.

Internetplatforms verzamelen gebruiksgegevens om advertenties te verkopen. Daar krijg je meer geld voor naarmate je ze weet voor te leggen aan meer mensen die waarschijnlijk op de advertenties ingaan. Onlogisch is dat niet, maar er blijken meerdere manieren te zijn om de advertenties bij de gewenste consumenten te brengen. Je kunt die geïnteresseerde consumenten zoeken of je kunt ze maken, of allebei een beetje. Of toch liever maar maken want dan zijn ze stabieler.
Daarvoor dienen wat we ook wel filterbubbels noemen. Filterbubbels zijn gegrond in iets wat mensen zelf al willen op het internet; relevante resultaten krijgen als ze iets zoeken. Op de eerste pagina van de zoekmachine moeten de beste suggesties staan, anders haken mensen af. Maar staan de resultaten op de eerste pagina omdat ze het beste zijn, of zijn ze het beste omdat ze op de eerste pagina staan? Gebruikers gaan dat laatste geloven: wat niet op de eerste pagina staat is niet relevant.
En dat is het grondbeginsel van de filterbubbel: wat je voorgeschoteld krijgt op internet moet wel interessant zijn. Dan ga je er op in en bevalt het je ook. Zo groei je samen met de platforms ergens heen, maar niet per se naar iets waar je zelf voor zou kiezen. In ieder geval word je zo voor de platforms die ideale consumenten die zij met hun advertenties (willen) bestoken.

De platforms gebruiken ook de sociale media om onze aandacht te trekken. Dat lukt natuurlijk niet met pagina’s-lange subtiele overwegingen; wel met korte provocerende opmerkingen, zoals onwaarschijnlijke complotten als dat de elite bestaat uit pedofielen die in de kelder van een pizzeria kinderen misbruiken en dat Bill Gates verantwoordelijk is voor de corona-pandemie.
Sommigen lezen dergelijke ongein om de tijd te verdrijven, maar ook dat geeft hem elders op internet meer gewicht. Haatpraat, complottheorieën en de ongenuanceerde expressies van ongenoegen kunnen zo niet anders dan toenemen. En ook dit komt in filterbubbels terecht.

De platforms lijden ogenschijnlijk niet onder de aanslag die het internet zo op onze privacy, onze wetenschappen en onze democratie pleegt. Ze verkopen alleen maar meer advertenties. Zij het geld, wij de problemen.

Dit is deel 1 over de AVG. Over de privacy gaat het in deel 2, dat verschijnt in Kunstzone 1, 2021, blz. 54.

Chromebooks in muziekonderwijs Spoken word past niet in één hokje Meer componeren en improviseren in taalonderwijs Gaat digitalisering gepaard met efficiëntie?

Cover #6

Leerlingwerk VAVO Rijnmond College (Rotterdam)