‘Ik ben niet muzikaal’, zeggen veel startende pabo-studenten. Dat klinkt tamelijk negatief, hoe kan dat omgevormd worden tot een positiever muzikaal zelfbeeld? Wie is de pabo-student muzikaal gezien en hoe kan hij daarin groeien?

Binnen het curriculum van de pabo van de Hanzehogeschool Groningen ontwikkelen wij een nieuwe leerlijn, waarin meer aandacht is voor het muzikale zelfbeeld van studenten. Loes Heitling, jarenlang muziekdocent op de pabo, stond aan het begin van de vernieuwingen. Zij beaamt dat het muzikale zelfbeeld van studenten meer aandacht verdient: ‘Studenten vinden het vaak eng om muziekles te krijgen. ‘We gaan toch niet zingen?’ hoor ik dan. Die handelingsverlegenheid is snel verdwenen wanneer we in de colleges aan de slag gaan.’

Een mix tussen het leren van didactische vaardigheden en aandacht voor het muzikale zelfbeeld is essentieel in de colleges. Studenten hebben vaardigheden nodig om zich competent te voelen, tegelijkertijd is de bewustwording van wat zij al hebben met muziek en hoe zij zich daarin verder willen ontwikkelen, belangrijk. Zo is er een student die zijn drumstel weer van zolder heeft gehaald omdat hij – opnieuw – ontdekte wat drummen voor hem betekent. Of de student die zich realiseert dat hij misschien niet goed kan zingen, maar wel veel andere dingen met muziek kan doen in de klas. De eigen fascinatie voor muziek staat centraal in de leerlijn, het doel is dat studenten uiteindelijk in staat zijn om vanuit die muzikale beleving een muziekles vorm te geven.

 

Meer dan kunst

Een van ons (Chantal Brunt) deed onderzoek naar in hoeverre er binnen het muziekonderwijs op de pabo aangesloten kon worden bij de muzikale bagage van de student. Dit bleek zeker mogelijk, maar veel studenten wisten niet precies waar zij op muzikaal gebied toe in staat waren. Een student zegt in zijn muziekportfolio: ‘Ik loop vast omdat ik geen instrument bespeel en ik kan ook geen noten lezen.’
De oorzaak van dat vastlopen is dat studenten zich – onbewust –  oriënteren op de manier waarop naar muziek wordt gekeken: als kunst, als een specialistisch ambacht, leidend tot een artistiek werk in een expressieve uitvoering (Brunt, C. 2018).

“De uitdaging is om de muzikaliteit van iedere student zichtbaar te maken”

Muziek is veel meer dan dat. Muziekpsycholoog Eric Clarke geeft in zijn boek Ways of Listening voorbeelden van activiteiten waar muziek al dan niet bewust een rol in speelt: [] dancing, singing (and singing along), playing (and playing along), working, persuading, drinking and eating, doing… traveling, protesting, seducing, waiting on the telephone, sleeping… the list is endless (Clarke, p. 204).
Clarke geeft de rijkheid en verscheidenheid van muziek in het dagelijks leven weer. Muziek kan kunst zijn, maar dat hoeft niet, muziek kan creatief zijn, maar is dat soms ook helemaal niet, muziek kan mooi of lelijk zijn, maar in veel gevallen doet dat er niet toe. Als studenten dat beseffen, blijken ze opeens veel ‘muzikaler’ te zijn dan ze zelf denken.

 

Idiocultureel muziekonderwijs

Lector kunsteducatie Evert Bisschop Boele is betrokken bij de ontwikkeling van de leerlijn. Hij pleit voor muziekonderwijs dat begint met begrip en waardering voor de muzikale bagage van de leerling of studenten. Bisschop Boele omschrijft dit als idiocultureel muziekonderwijs (Van der Meer & Bisschop Boele, 2019). Idiocultureel muziekonderwijs, zegt Bisschop Boele, verstevigt de individuele muzikaliteit van leerlingen, creëert onverwachte muzikale ontwikkelingsmogelijkheden en geeft leerlingen de mogelijkheid om te gaan met muzikale verschillen. Idiocultureel muziekonderwijs vormt de basis bij het ontwerpen van de leerlijn muzikaal zelfbeeld.

Om te kunnen werken vanuit begrip en waardering voor zijn of haar muzikale bagage, moeten studenten weten wat hun muzikale bagage is, bovendien is een verandering in muzikale mindset noodzakelijk: van zelfkritisch naar zelfwaarderend. De studenten worden dus aan de hand van muzikale opdrachten gestimuleerd om na te denken over wat de rol van muziek in hun leven is. De uitdaging is om de muzikaliteit van iedere student zichtbaar te maken en centraal te stellen.

 

Muzikaal portfolio

De afgelopen twee jaar is de leerlijn in de colleges van jaar 1 en 2 geïmplementeerd. Tijdens die jaren bouwen studenten een muzikaal portfolio op waarin zij verschillende opdrachten uitvoeren en hun ontwikkeling vastleggen door middel van reflecties. Veel opdrachten in jaar 1 zijn er op gericht om jezelf muzikaal te presenteren. In die presentaties laten studenten elkaar zien wie ze muzikaal gezien zijn en wat ze als docent hun (toekomstige) klas kunnen bieden. De invulling is vrij, juist om ruimte te geven aan de identiteit van de studenten. Voorbeelden waar je aan zou kunnen denken zijn het uitvoeren van een nummer, een luistermix van nummers, of een vlog.  In jaar 2 wordt er naar de ‘muzikale ander’ (Bisschop Boele, 2014) gekeken. Wat is de muzikale identiteit van mijn leerlingen op de basisschool en hoe kan ik daar met mijn muzieklessen op aansluiten? De studenten ontwerpen muzikale activiteiten die kunnen worden uitgevoerd op de basisschool; één activiteit vanuit de eigen muzikale fascinatie en één activiteit waarbij de muzikale wereld van de leerlingen centraal staat.

Uit een eerste analyse van de portfolio’s van studenten blijkt dat studenten in het eerste jaar vooral beschrijven wat ze niet kunnen en of iets leuk is of niet; er wordt veel gedacht vanuit goed of fout. Gaandeweg schrijven ze op een positievere manier over hun muzikale inzet en blijkt het geven van een muziekles ze alles mee te vallen. Opvallend is dat de meeste studenten in het tweede jaar een instrument willen leren spelen. ‘Doordat ik zoveel ging oefenen op de piano ben ik erachter gekomen dat ik het erg leuk vind om te doen. Dit, terwijl ik eerst nooit iets had met het bespelen van muziekinstrumenten. Nu ik dit ontdekt heb, wil ik een keyboard gaan kopen en thuis gaan oefenen.’

 

Iedereen muzikaal

De studenten zijn geïnspireerd geraakt, hun zelfvertrouwen is toegenomen en ze hebben de behoefte om hun muzikale vaardigheden te ontwikkelen. ‘Het is nu twee jaar later en ik ben veel zelfverzekerder als ik een muziekles moet geven. Ik kan nog steeds geen instrument bespelen, maar ik weet nu ook dat dit niet altijd nodig is voor een goede muziekles.’ Het is voor ons een mooie uitdaging om de leerlijn ook naar jaar 3 uit te breiden, met nog steeds als doel het zelfbeeld van toekomstige leerkrachten te veranderen van ‘Ik ben niet muzikaal’ naar: ‘Iedereen is muzikaal.’

Marjon Brouwer is muziekdocent aan de Pedagogische Academie van de Hanzehogeschool Groningen en projectleider van de subsidieregeling Professionalisering muziekonderwijs pabo.

Chantal Brunt deed voor haar afstuderen aan de opleiding Docent Muziek aan het Prins Claus Conservatorium van de Hanzehogeschool Groningen onderzoek op de Pedagogische Academie.

 

Meer weten?

Sinds 2017 vernieuwt de pabo van de Hanzehogeschool Groningen het muziekonderwijs, daarbij gesteund door de subsidieregeling Professionalisering muziekonderwijs pabo. Studenten krijgen meer uren muziek en de minor in het 4e studiejaar is uitgebreid naar 30 studiepunten. Diverse modules worden ontwikkeld waarin muziek wordt aangeboden in combinatie met andere vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde en Engels. De leerlijn muzikaal zelfbeeld maakt deel uit van de vernieuwing.

  • Bisschop Boele, E. (2014). De muzikale ander. Groningen: Kenniscentrum Kunst en Samenleving, Hanzehogeschool Groningen.
  • Brunt, C. (2018). Ieder zingt zijn eigen lied. (Bachelorscriptie) Prins Claus Conservatorium, Groningen.
  • Clarke, E. F. (2005). Ways of listening: An ecological approach to the perception of musical meaning. Oxford: Oxford University Press.
  • Meer, K. van der & Bisschop Boele, E. Op weg naar idiocultureel muziekonderwijs. Een casestudy. Cultuur+Educatie 52, pp. 54-69.
Een virtueel kunstlokaal Kinderatelier Cultuurhuis Garenspinnerij Meester van het digibord Jonge Kunstbelevers. Wat is je favoriete kunstwerk? Hoe heb je dat leren kennen? Kunstzone vraagt er jongeren naar