Wat is de definitie van kunst? Hoe kan muziek gevoelens uitdrukken en oproepen? Word je een beter mens van het lezen van literatuur? Zijn er objectieve criteria om goede van minder goede kunst te onderscheiden? Op dit soort vragen is door de (kunst)filosofie of esthetica al lang naar antwoorden gezocht. Nu is er een boek dat antwoorden probeert te vinden vanuit de psychologie.

Vanaf het eind van de 19e eeuw houden psychologen zich met de werking van kunst bezig. In 1876 publiceerde de Duitse psycholoog Fechner over onderzoek naar de relatie tussen kenmerken van kunstwerken (lijnen, vormen en kleuren) en de reactie van de beschouwer. Zo ontstond naast de kunstfilosofie een empirische esthetica, die zich bediende van interviews, vragenlijsten en observaties, maar ook van fysiologische metingen zoals oogbewegingen. Door de opkomst van de neuropsychologie kwam de empirische esthetiek  in een nieuwe fase. Met behulp van hersenscans werd het mogelijk de reacties van beschouwers zichtbaar te maken als een activering van bepaalde locaties in de hersenen.

Er zijn – onbescheiden – wetenschappers die claimen met empirisch onderzoek alle fundamentele vragen over de werking van kunst te kunnen beantwoorden. Zo kondigde de neurowetenschapper Ramachandran (1999) met veel aplomb aan dat hij, dankzij breinonderzoek, de universele wetten van kunstbeleving had vastgesteld. Maar zijn claim is gebaseerd op een beperkt en simplistisch kunstbegrip.

 

Ellen Winner

Er zijn ook bescheidener empirische wetenschappers die vinden dat filosofie en psychologie beide van waarde zijn en elkaar kunnen aanvullen. Een voorbeeld hiervan is de Amerikaanse psychologe Ellen Winner. Ze doet al bijna 30 jaar onderzoek in het Arts and Mind Laboratorium  van Boston College. Winner is bovendien al lange tijd verbonden aan Harvard Project Zero (https://pz.harvard.edu/). Dat project werd in 1967 opgericht door de filosoof Nelson Goodman en richtte zich aanvankelijk op onderzoek naar ontwikkeling en leren in de kunsten. Later verbreedde het  zich naar leren en onderwijs op het gebied van creativiteit, kritisch denken en ook op het gebied van ethiek.

 

De meest invloedrijke onderzoeker van het project is Howard Gardner. Hij zet zich af tegen intelligentie als iets ééndimensionaals en introduceerde de theorie van de meervoudige intelligentie. Zo bestaat er volgens hem ook een muzikale intelligentie, een psychomotorische en een visueel ruimtelijke intelligentie. Ellen Winner werd vooral bekend door haar uitgebreide analyses van het internationale onderzoek naar de effecten van kunsteducatie op schoolprestaties, taal- en reken vaardigheden, creativiteit en sociale vaardigheden. Deze effecten worden vaak genoemd om de plaats van kunstvakken in het onderwijs te legitimeren. Denk aan de slogan ‘muziek maakt slim’. Haar conclusies zijn nogal ontnuchterend: voor de meest genoemde effecten is weinig tot geen steun te vinden in het beschikbare onderzoek.

Deze conclusie is haar door veel kunstdocenten niet in dank afgenomen, maar Winner benadrukt steeds dat de unieke bijdrage van de kunsten aan het onderwijs de belangrijkste legitimering van de kunstvakken moet zijn.  In 2018 verscheen haar nieuwste boek: How Art Works. Dat is een wat onbescheiden titel voor een bescheiden psycholoog, maar de titel zal de wens van de uitgever geweest zijn. Het boek bevat vijf delen: wat is kunst?, kunst en emoties, kunst en (be)oordelen, de effecten van kunst en het maken van kunst. Elk deel bevat veel interessante informatie, maar ik beperk me hier tot het deel over kunst en emoties.

 

Muzikale expressie van emoties

‘Muziek moet ons raken, is een taal van emoties’ ‘Een goed schilderij is pure emotie’  Deze uitspraken van een componist en een beeldend kunstenaar illustreren hoe zeer kunst en emoties verbonden zijn. Winner gaat na wat onderzoek zegt over die relatie. Haar eerste vraag is hoe het kan dat muziek emoties uitdrukt. Het gaat dan om abstracte muziek, niet om liederen met een bepaalde emotionele inhoud.

Onderzoek laat zien dat mensen het in grote mate eens zijn over welke emoties een muziekstuk uitdrukt. En mensen uit verschillende culturen herkennen in uiteenlopende muziekstukken deels dezelfde emoties, maar er zijn ook culturele verschillen. Er is een verband tussen de waargenomen emoties en bepaalde kenmerken van de muziek, zoals tempo, volume, toonhoogte, toonsoort en dergelijke. Dat we bepaalde emoties  waarnemen wordt verklaard uit de overeenkomst tussen muziek en de menselijke stem. We zijn goed in het oppikken van emoties uit de manier waarop iemand praat. Zo wijst zacht, langzaam en op lage toon praten eerder op een droevige boodschap. Maar dit is geen volledige verklaring, er zijn ook muzikale kenmerken zoals toonsoort, die geen tegenhanger hebben in het spreken. Jonge kinderen leggen nog geen verband tussen toonsoort en emotie.

 

Emoties door muziek

We herkennen niet alleen emoties die muziek uitdrukt, maar we voelen door muziek ook emoties. De gevoelde emoties zijn veel gedifferentieerder dan basale emoties als boosheid, walging, angst, blijdschap en verdriet. Volgens sommigen zijn het geen ‘echte’ emoties, maar verwarren we  ze met de waargenomen emoties. Toch is er voldoende bewijs dat het om echte emoties gaat. Ons autonome zenuwstelsel reageert op muziek door een verhoogde hartslag, transpireren e.d. En hersenscans laten activering zien van gebieden die verband houden met emoties. Mensen geven ook zelf te kennen dat ze onderscheid kunnen maken tussen wat ze de denken dat de muziek uitdrukt en de gevoelens die de muziek bij hen oproept. Tegelijkertijd zijn ze zich ook bewust van het verschil met de emoties die we in het dagelijks leven voelen en die vaak een reactie vereisen. De muzikale gevoelens hebben geen implicaties.

 

Beeldende expressie van emoties

Net als muziek drukt ook veel beeldende kunst emoties uit. Dan kan op een letterlijke manier, als er bijvoorbeeld een lachend of huilend gezicht is afgebeeld. Het kan ook op een symbolische manier, zoals door een eenzame boom in een weids landschap. Het kan ook door het gebruik van beeldelementen zoals een krachtige lijn, een vale of fletse kleur, een evenwichtige compositie. Uit onderzoek naar dat laatste blijkt weer een redelijke consensus over welke emoties worden uitgedrukt, ook als het om abstracte kunst gaat. Bovendien ondersteunt onderzoek bij jonge kinderen en bij mensen met verschillende culturele achtergronden dat het in belangrijke mate om universele associaties en emoties gaat. We herkennen die emoties echter niet alleen in beeldende kunst, maar ook in de natuur, zoals een rotsformatie of in alledaagse dingen, zoals een laken dat bolt in de wind. Het kan kennelijk niet anders dan dat we in bepaalde vormen expressie waarnemen.

 

Emoties door beeldende kunst

Er zijn grote individuele verschillen in wat we voelen bij beeldende kunst en ook in de intensiteit van die gevoelens. Je hebt weliswaar mensen die huilen bij het zien van een schilderij, maar in het algemeen zijn gerapporteerde emoties bij muziek veel heviger dan bij beeldende kunst. Dat komt door de eerder genoemde relatie van muziek met de expressie van de menselijke stem, maar ook door de factor tijd: beeldende kunst biedt geen dramatische ontwikkeling en we kijken er vaak maar kort naar. Winner noemt ook het sociale aspect: als we samen naar beeldende kunst kijken leidt dat vaak meteen tot een discussie, als we samen een concert bezoeken gaat het eerst om samen beleven, bewegen, applaudisseren.

 

Plezier uit negatieve gevoelens

Het is opvallend dat we zoveel genoegen kunnen beleven aan kunst met gewelddadige voorstellingen, aan droevige muziek, aan romans over tragische personen of aan horror films. Uit onderzoek blijkt dat het verschil maakt of, als we dezelfde onaangename onderwerpen kijken, ze als documentaire beelden of als kunst worden gepresenteerd.
Kunst levert minder negatieve emoties op en tegelijkertijd ook positieve, omdat we ook naar het hoe van de boodschap kijken. En het is niet zo dat horrorliefhebbers geen negatieve gevoelens, angst en walging, ondergaan bij het kijken naar films. Die ondergaan ze zeker, maar er zijn daarbij ook  de gevoelens van plezier. Er is een positieve samenhang: hoe meer angst en walging, des te meer genoegen. En als droevige muziek ons raakt, is dat ook omdat we droefheid in pure vorm kunnen ondergaan, dat wil zeggen zonder dat verdriet gepaard gaat met angst en onzekerheid, zoals in het dagelijks leven.
Kortom, omdat we weten dat het kunst is kunnen we op een veilige manier emoties als verdriet of walging ondergaan, samen met positieve gevoelens van betrokkenheid en waardering.

De westerse canon

Ik heb in dit artikel slechts één thema uit het boek samengevat. Ik heb veel bewondering voor het werk van Winner. Haar zorgvuldige analyses van  onderzoek over de werking van kunst (en eerder over effecten van kunsteducatie) zijn relevant en informatief. Ze is kunstliefhebber, maar blijft in haar rol van kritische en sceptische onderzoeker. Steeds geeft ze aan hoe zeker het is wat we nu weten  en wat we nog niet weten.

Een beperking is het soort kunst waarover het meeste onderzoek gaat. Howard Gardner antwoordde op het verwijt dat veel onderzoek van Project Zero uit ging van traditionele kunst, dat dit een terecht bezwaar was (Schaler, 2006). Hij zou nu een breder en actueler kunstbegrip hanteren en dat zou ten dele tot andere antwoorden kunnen leiden. Ook voor de onderzoeken die Winner gebruikt, geldt dit bezwaar.

Het samengevatte onderzoek naar muziek en emoties is vooral gebaseerd op klassieke muziek. En bij emoties op beeldende kunst zien we vooral voorbeelden van reacties op modernistische werken zoals van Rothko, Picasso en  Mondriaan. Kortom, de westerse canon is leidend, hoewel soms ook cross-cultureel onderzoek wordt gebruikt. How Art Works is vooral How High Western Art Works. Het wachten is op de nieuwe generatie Project Zero-onderzoekers die ook de emoties bij dance en de beleving van installatie kunst in hun onderzoek betrekken.