Zingen in de taal van iedereen
Auteur: Suzan Overmeer | Foto: PxHere (fragment)

Zingen in de taal van iedereen
Auteur: Suzan Overmeer | Foto: PxHere (fragment)

`Iedereen, iedereen, oh-oh, yeah-yeah.’ Muziekdocent Dinant Rommers zingt het voor. Het klinkt catchy en dat is ook de bedoeling. ‘In het refrein zit maar één woord, iedereen kan meteen meedoen.’ Rommers geeft muziekles aan leerlingen die allemaal een andere taal spreken. Het zijn jongeren die soms direct uit een oorlogssituatie komen. Hoe maak je betekenisvolle muzieklessen voor deze bijzondere groep?
Rommers werkt op Scholengemeenschap W.J. Bladergroen in Purmerend, een school voor praktijkonderwijs, vmbo-lwoo en internationale schakelklassen (ISK). Deze klassen zijn speciaal voor nieuwkomers, zij krijgen extra lessen Nederlands om hen voor te bereiden op het reguliere voortgezet onderwijs. Jongeren van 12 tot 18 jaar kunnen zich het hele jaar aanmelden, uiterlijk twee jaar nadat ze in Nederland zijn aangekomen. Op elk moment in het jaar kunnen ze worden overgeplaatst naar een andere groep die beter bij hun niveau past. Dit zorgt voor continu wisselende groepen, met leerlingen van verschillende leeftijden die verschillende talen spreken.
‘De meeste leerlingen komen uit Oekraïne en Syrië. Sommigen zijn hier zonder ouders, ze wonen in een opvang of in een hotel’, vertelt Rommers. Hij beaamt dat het lesgeven in het begin lastig was: ‘In deze groepen is het extra belangrijk om een veilige, prettige sfeer te creëren. Om dat te bereiken maak ik normaal gesproken veel grapjes, maar dat is allemaal taal en dat werkt natuurlijk niet. Elke leerlingen heeft een verhaal. Sommigen willen bijvoorbeeld niet meedoen met de les en ik weet niet wat er allemaal speelt. Ik moet echt zoeken naar welke pedagogische benadering op zo’n moment werkt. Laat je ze maar, of probeer je ze over een drempel te krijgen door een beetje streng te zijn?’
Het was ook zoeken naar muzikaal materiaal. Wat betreft taal zitten de leerlingen op het niveau van hele jonge kinderen. ‘Maar je kunt natuurlijk geen kleuterliedjes met ze gaan zingen. Ik heb ook leerlingen van 17 jaar in mijn ISK-groepen.’ Rommers besloot zelf materiaal te ontwikkelen. ‘Ik wilde materiaal ontwikkelen dat past bij hun belevingswereld, niet te kinderachtig. Iets met de Nederlandse taal doen, zodat zingen bijdraagt aan hun taalontwikkeling en ik wilde materiaal maken dat ruimte biedt voor informatie over elkaars cultuur.’
Rommers maakte een lessenserie over een zelfgeschreven lied: Iedereen. Leerlingen zingen, klappen ritmes, bewegen en presenteren. Het lied gaat over henzelf: We zijn hier samen, in het klaslokaal. Uit zoveel landen, allemaal een eigen verhaal. Het refrein bestaat uit slechts één woord: Iedereen en er is ruimte in gemaakt om het woord Iedereen in de eigen taal te zingen. De rest zingt het dan na in een call and response vorm.
‘Leerlingen zingen in het begin van de les alleen het refrein mee. Dat kunnen ze heel snel, dus we kunnen vrijwel meteen samen zingen.’ Dan mogen ze hun eigen woorden toevoegen. Deze interactie dient meerdere doelen. `Ik kan hun woorden vaak niet meteen goed uitspreken, net zoals zij het Nederlands lastig vinden. Dat schept een sfeer van gelijkwaardigheid.’ Rommers begint te lachen. `Ik had een keer een jongen uit Vietnam. Ik vroeg hem iedereen in het Vietnamees op het bord te schrijven. Hij schreef mọi người. Ik kon dat natuurlijk niet goed uitspreken. De jongen zei het voor, maar die taal is zo moeilijk, ik zei elke keer wel iets fout, een verkeerde klank of een verkeerde toonhoogte. Er ontstond een hilarische sfeer. Uiteindelijk zong alleen die jongen het woord en de rest neuriede een beetje.’
Elkaars woorden leren kan ervoor zorgen dat de leerlingen ook iets van elkaars cultuur leren. In je eigen taal mogen spreken, maakt dat je je gezien en gehoord voelt. Dit komt ook terug in de presentatie aan het einde van de lessenserie. Ze musiceren samen, en ieders inbreng is even belangrijk.
Helemaal tevreden is Rommers niet over zijn lessenserie. ‘Het refrein met de eigen woorden werkt heel goed, maar de rest van het couplet is te lastig voor ze. Een woord als iedereen kun je met een gebaar uitleggen, maar een zin als allemaal een eigen verhaal is moeilijker. De leerlingen vinden het lied desondanks geweldig en willen het telkens zingen.’
Hij wil daarom meer liedjes gaan schrijven voor zijn ISK-groepen. ‘Ik wil nog een paar liedjes maken met ruimte voor de woorden van leerlingen. Het blijven natuurlijk wel jongeren, je moet de woorden wel kunnen checken.’ Grinnikend: ‘Anders gaan ze voor de grap vieze woorden gebruiken.’
Dinant Rommers Iedereen